Interview Martin Bouwhuis

Eén pas achteruit, twee passen vooruit

Martin Bouwhuis uit Enschede kijkt met weinig plezier terug op de afgelopen drie jaar. Nadat hij zijn baan bij een bouwmarktketen verloor, was hij behoorlijk lang werkloos. “Op je 50e in Nederland een nieuwe baan vinden is bijna onmogelijk. Ervaring doet er hier blijkbaar niet zo veel toe”, zo vat hij zijn frustrerende zoektocht naar een nieuwe werkgever samen. “Tot ik hoorde dat in Duitsland veel werknemers worden gezocht en de werkgevers daar zo slim zijn om meer te kijken naar ervaring.”
Via een online job portal ontstond uiteindelijk het contact tussen Bouwhuis, inmiddels 54 jaar, en zijn huidige werkgever Ganter Interior in Waldkirch in de buurt van Freiburg. “Na een Skype-gesprek kreeg ik een uitnodiging om mij persoonlijk bij het bedrijf te komen voorstellen en mocht ik er een hele dag lang alles bekijken. Er werd zelfs een overnachting voor mij geregeld”, zo laat de bouwkundig tekenaar met groot enthousiasme weten.
Hoewel Martin Bouwhuis in Nederland lange tijd als projectleider werkzaam was, solliciteerde hij in Duitsland eerst alleen als bouwkundig tekenaar. “Ik wilde eerst maar eens kijken welke eisen in Duitsland aan mij worden gesteld. En ook moest ik mijn Duits opfrissen en wennen aan de nieuwe leefomgeving. Zelfs mijn chef was verbaasd dat ik niet als projectleider had gesolliciteerd”, vertelt Bouwhuis, waarbij hij eraan toevoegt dat voor hem binnen het bedrijf nog vele promotiekansen liggen.
Het werk bij Ganter bevalt hem uitstekend, wat ook ligt aan het grote aantal internationale collega’s en klanten. “In het gebied Breisgau is de werksfeer toch heel anders dan ik in Duitsland had verwacht.” Gelukkig, zo merkte hij tot zijn geruststelling, heerst er geen strenge hiërarchische structuur, hoeft hij niemand aan te spreken met “mijnheer” of “mevrouw” en wordt hijzelf ook met zijn voornaam aangesproken.
“Als iemand mij vraagt waarmee hij rekening moet houden wanneer hij besluit een baan in het buurland te accepteren, verwijs ik hem naar de medewerkers van het Grensinfopunt van de EUREGIO”, zo vertelt hij verder. Hij kan zelf wel wat algemene tips geven, maar bij het Grensinfopunt kreeg hij “perfect bij mijn situatie passende antwoorden”, waardoor hij zich goed kon voorbereiden op de nog te nemen bureaucratisch hordes.
Er is één ding waarmee hij wel steeds meer problemen krijgt, maar waarop hij zich vooraf niet heeft kunnen voorbereiden. “Het pendelen is wel enorm vermoeiend. Iedere vrijdag rijd ik 600 km naar mijn vrouw in Enschede en op zondag weer 600 km terug naar Waldkirch.” Hij kan daarbij wel rekenen op de volledig steun van zijn echtgenote, want “die heeft wel gezien hoe ik drie jaar lang ongelukkig thuis rondhing. Zonder haar zou ik niet met die situatie hebben kunnen omgaan.” Over niet al te lange tijd zal mevrouw Bouwhuis haar man naar Waldkirch volgen om daar samen een nieuw thuis te vinden. “Geen verkeerde woonomgeving, daar in de bergen”, straalt Martin. Duidelijk is dat bij de familie Bouwhuis binnenkort alles weer helemaal in orde zal zijn.

Terug naar praktijkervaringen