Ouderdom

Als u in Nederland werkt, bouwt u in Nederland een ouderdomspensioen op. In Nederland zijn twee soorten pensioenen te onderscheiden: een wettelijk ouderdomspensioen (AOW) en een bedrijfspensioenregeling (meestal verplicht via de CAO). Rond 90% van alle Nederlandse werkgevers vallen onder een CAO en hebben daarmee een (verplicht) bedrijfspensioen. Veel van de andere werkgevers regelen zelf een bedrijfspensioen. Zelfstandigen die in Duitsland wonen en in Nederland werken, bouwen alleen een AOW-pensioen op.

De premie die u voor de AOW betaald, wordt gebruikt om de huidige AOW-uitkeringen te betalen. Wanneer u de AOW-leeftijd bereikt, is de hoogte van uw uw uitkering afhankelijk van uw situatie op dat moment en hoe lang u in Nederland verzekerd bent geweest.

U kunt uw (verwachte) AOW-leeftijd op de Website van de SVB laten berekenen. Deze wordt 5 jaar voor de ingangsdatum van de AOW definitief. Tot dan kunnen er altijd wijzigingen plaatsvinden door bijvoorbeeld nieuwe wetgeving.

De AOW-rechten worden berekend door te kijken naar uw verzekeringsverleden. Voor ieder jaar (vanaf 50 jaar voor uw AOW-leeftijd) welk u in Nederland verzekerd bent, bouwt u 2% van het volledige AOW-recht op. Dit werkt als volgt: Persoon A heeft de volledige 50 jaar in Nederland gewoond en gewerkt en heeft daardoor 100% van het AOW-bedrag opgebouwd (50 x 2%). Persoon B heeft altijd in Duitsland gewerkt en 8 jaar in Nederland gewerkt. Zij heeft daardoor een AOW-recht van 16% van het volledige AOW-bedrag opgebouwd (8 x 2%). Voorwaarde voor uitbetaling van de AOW is dat u minimaal 12 maanden in Nederland verzekerd bent geweest.

Wanneer u ook in Duitsland hebt gewerkt, ontvangt u bij uw pensionering waarschijnlijk 3 pensioenen: Deutsche Rente, Nederlandse AOW en een Nederlands bedrijfspensioen. De AOW wordt in Nederland door de SVB uitgevoerd. De bedrijfspensioenen door pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen.

Hier vindt u Grensinfopunten
in de buurt