Vanaf 5 augustus is het Grensinformatiepunt (GIP) Brabantse Wal weer aanwezig in het gemeentehuis in Hoogerheide, elke eerste donderdag van de maand tussen 13.00 uur en 17.00 uur.

Iedere 1ste donderdag van de maand is tussen 13.00 uur en 17.00 uur adviseur Hans Verdult aanwezig op het Gemeentehuis van Gemeente Woensdrecht (Adres: Huijbergseweg 3, 4631 GC Hoogerheide) om al uw vragen te beantwoorden!
Maak een afspraak of loop binnen (maar denk aan de coronamaatregelen).
T: 0164 277727 M: gipbrabantsewal@bergenopzoom.nl

Vrijdag 30 oktober is het GrensInfoPunt (GIP) Baarle officieel geopend. Het is een loket waar inwoners en ondernemers uit de grensstreek Midden-Brabant terecht kunnen met al hun vragen over wonen, werken, studeren en ondernemen over de grens. Dit GIP is mogelijk door financiering van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Provincie Noord-Brabant.

Verschillen in bijvoorbeeld belastingsysteem, sociale zekerheid, zorgverzekering en arbeidsrecht maken werken, wonen, studeren en ondernemen over de grens behoorlijk complex. Dit vraagt vaak om maatwerk advies. Hiervoor kunnen mensen ’uit de grensstreek Midden-Brabant voortaan kosteloos terecht bij dit nieuwe GrensInfoPunt.

Aanwinst
“Dit GrensInfoPunt is een grote aanwinst. Niet alleen voor Baarle, maar voor heel de omliggende grensstreek. Dagelijks ervaren we in Baarle wat het betekent om in het ene land te wonen en in het andere land te werken of te studeren. De grenzen lopen immers kriskras door onze gemeente. Dat maakt Baarle uniek. Én een logische plek voor een GrensInfoPunt”, aldus een trotse burgemeester Marjon de Hoon-Veelenturf.

Dekkend netwerk

In de loop van 2017 zijn in de provincie Antwerpen en Noord-Brabant al enkele GrensInfoPunten geopend. Ze proberen de arbeidsmarkten van de twee landen op elkaar af te stemmen en het makkelijker te maken om over de grens te wonen, werken of studeren. Met dit GIP in Baarle ontstaat een volledig dekkend netwerk van GrensInfoPunten aan Nederlands-Belgische grens. Tot nu toe was er nog geen GIP tussen Bergen op Zoom en Eindhoven.

Afspraak

In verband met de verscherpte coronamaatregelen zijn fysieke afspraken voorlopig niet mogelijk. Wel kunnen er uiteraard adviesgesprekken plaatsvinden via telefoon of beeldbellen. Kijk voor meer informatie op www.baarle-nassau.nl/grensinfopunt

https://youtu.be/tTCNx8nFU9E

Bent u actief in Nederland en België, en heeft u geen overzicht meer van alle verschillende maatregelen?
Dan is de webinar ‘Corona en Grensoverschrijdend Ondernemen NL-BE Editie’ wat voor u!

Deze wordt georganiseerd op donderdag 7 mei 14.00 uur door de Nederlandse Ambassade in België, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en Flanders Investment & Trade (FIT).

 

De webinar biedt ondernemers de mogelijkheid om van vertegenwoordigers uit beide landen te horen welke maatregelen en financiële steun elk land voor het bedrijfsleven heeft ingevoerd. Ook is er de mogelijkheid om zélf vragen te stellen.

Schrijf u in door dit Google document in te vullen.
Wij nodigen u ook uit om daarin een aantal vragen te beantwoorden, zodat wij ervoor kunnen zorgen dat de inhoud zo goed mogelijk aansluit op de noden.
Veel gestelde vragen kan u alvast hier terugvinden.

“Na 5 jaar opzoekwerk is alles stilaan op orde”

 

Werken in België vanuit Nederland heeft heel wat voordelen, maar het kost ook heel wat extra energie, weet recruiter Jasper van Beek.

 

Jasper van Beek (34) uit Breda werkt al zo’n vijf jaar voor Affin-IT, een gespecialiseerd rekruteringsbedrijf, gelegen in het noorden van de stad Antwerpen. “Vanuit onze kantoren in de Antwerpse haven zoek ik naar geschikte informatici die opdrachten bij banken kunnen uitvoeren. Ik heb ook een tijdje in Utrecht gewerkt, maar de route Breda-Utrecht is meestal één lange file. Als ik vanuit Breda naar Antwerpen rijd, zijn die files er vaak ook. Maar omdat ik niet over de Antwerpse Ring moet, is het nog draaglijk. En bovendien ben ik ’s avonds veel sneller thuis, tegen het verkeer in. Dat scheelt”, lacht Jasper.

 

Interessante extralegale voordelen

 

In sommige sectoren gaapt er een loonkloof tussen Vlaanderen en Nederland, wat het voor inwoners van Nederland minder evident maakt om de stap over de grens te wagen. “Maar in mijn sector zijn die verschillen niet bijzonder groot”, aldus Jasper. “In Vlaanderen kreeg ik bovendien veel sneller een bedrijfswagen en zijn er extralegale voordelen zoals een dertiende maand en maaltijdcheques, iets wat we in Nederland niet kennen. Als je dat gehele plaatje bekijkt, is de balans in evenwicht wat mij betreft.”

 

Omslachtige regelingen

 

Toch is het niet allemaal rozengeur en maneschijn voor Nederlandse grensgangers in België. “Het heeft me toch een goeie vijf jaar gekost – en veel energie in de vorm van opzoekwerk, telefoontjes, brieven, … – vooraleer ik nu het gevoel heb dat ik alle papierwerk in orde heb”.

“Zo is er het grote nadeel, vind ik, dat de belastingaangiftes in Nederland drie jaar achterlopen, omdat dat voor grensarbeiders onder een andere dienst binnen de belastingen valt. Ik moet zowel in België als in Nederland een aangifte doen, maar dat is dermate ingewikkeld dat ik daar een boekhouder voor heb moeten inhuren”, zucht Jasper.

Ook het Belgische systeem van zorgverzekeringen ervaart hij als erg omslachtig. “In België moet je stickers plakken op ziektebriefjes en die vervolgens bij de mutualiteit binnen doen, een systeem dat we in Nederland niet kennen. Ik moet ook een Nederlandse doorverwijzing naar een specialist eerst door een Belgische arts laten goedkeuren,. Zo heeft het mij al uren rondbellen en uitzoeken gekost om een paar simpele kinebehandelingen te laten terugbetalen”, getuigt de Bredanaar.

 

Gebrekkige overheidscommunicatie

 

Ook bij de kinderbijslag loopt de grensganger tegen extra kosten aan. “Mijn kinderbijslagfonds heeft een officieel document van de Nederlandse overheid nodig, dat elk jaar opnieuw, zelfs als er niets wijzigt aan mijn gezinssituatie. Eigenlijk willen ze liefst een stempel van een Nederlands gemeentelijk orgaan op hun eigen formulieren hebben, maar de Nederlandse gemeenteoverheid stempelt geen buitenlandse formulieren af. Dat document aanvragen kost me dus elk jaar 10 euro”, zucht Jasper.

“Een verschil tussen België en Nederland is ook dat de vele overheidsdiensten in België onderling niet met elkaar lijken te communiceren. Op dat vlak heeft Nederland de zaakjes toch een pak beter voor elkaar”, meent hij.

 

GrensInfoPunten

 

Hoe heeft Jasper de voorbije jaren de nodige informatie over zijn situatie kunnen inwinnen? “Met het Bureau Belgische zaken in Breda heb ik goede ervaringen: ze zijn erg behulpzaam en hebben mij de nodige zaken helder uitgelegd. Desondanks heb ik toch veel zelf moeten uitzoeken, nu begin ik mijn zaken eindelijk op orde te krijgen.”

En helpt zijn werkgever hem daar dan niet bij? “Het ligt toch voornamelijk bij de grensarbeider zelf om die zaken op orde te brengen. De werkgever kan hier weinig in betekenen. Daarbij zou een goede informatievoorziening in de nieuw opgerichte GrensInfoPunten zeker kunnen helpen”, besluit hij.

 

Update maart 2018:  na vijf jaar als grensarbeider in België kreeg Jasper begin 2018 een mooie aanbieding vlakbij huis. Hij is momenteel dus een ex-grensarbeider, maar zal op korte en lange termijn nog vaak geconfronteerd worden met zijn arbeidsverleden in België. Grensarbeider blijf je immers voor het leven. 

“Werken over de grens is een win-win, maar het moet veel eenvoudiger”

Voor grenswerkgever ATF uit Zandvliet wegens de voordelen van grensarbeid zwaarder door dan de praktische beslommeringen.

Sommige bedrijven liggen vlak aan de grens, maar staan als het ware met de rug naar het buurland gekeerd. Dat is zeker niet het geval voor wegenbouwer ATF uit Zandvliet, in het uiterste noorden van de stad Antwerpen, omringd door de Antwerpse Haven … en door de Nederlandse grens.

Bij ATF werken er 120 medewerkers, waarvan maar liefst 70 inwoners van Nederland. “Dat is historisch zo gegroeid”, zo vertellen preventieadviseur Koen Van Caesbroeck en HR-Manager Tinne Van Eyken:  “Oorspronkelijk waren veel leidinggevenden Nederlanders en die brachten graag landgenoten mee. Toch bedrukken we altijd dat ATF een op en top Belgisch bedrijf is.”

Actief rekruteren over de grens

ATF heeft veel moeilijk in te vullen vacatures en voert daarom een actief rekruteringsbeleid in de grensregio: “We plaatsen onze vacatures ook over de grens en gaan bijvoorbeeld naar de jobbeurzen die het WSP Werkcentrum de Brabantse Wal organiseert in Bergen op Zoom. Er staan daar veel Belgische bedrijven. Het WSP is dat soort initiatieven beginnen nemen in de nasleep van de sluiting van Philip Morris in Bergen-op-Zoom, waarbij 1200 werknemers hun job kwijtraakten.”

Toch gaat niet elke werkzoekende zonder aarzelen de grens over, weten ze bij ATF. “Mensen die weten dat hun buurman ook bij ATF werkt zijn snel overtuigd, bij anderen moet er toch veel schroom weggenomen worden om over de grens te komen. Ze zien onze advertenties, maar gaan daar niet op in omdat het in België is. Als we de mensen eenmaal op gesprek krijgen, hebben we gelukkig goede argumenten, niet in het minst het feit dat er al veel Nederlanders werken bij ons. We hebben ook een speciale onthaalbrochure ontwikkeld om mensen praktisch te begeleiden bij de stap over de grens. We regelen namelijk heel wat zaken voor hen.”

Sociale zekerheid

Hoe je het ook draait of keert, er komt wel wat kijken bij een tewerkstelling in een ander land dan datgene waar je woont. De grensarbeider valt immers meestal onder het sociale zekerheidsstelsel van het werkland, een stelsel waarmee hij/zij vaak totaal onbekend is.

Tinne Van Eyken: “We sluiten al onze medewerkers – als ze daarmee akkoord gaan natuurlijk – aan bij het ziekenfonds CM in België. We hebben een vaste contactpersoon daar die alles regelt voor ons. Aan Nederlandse zijde moeten de medewerkers aansluiten aan bij de CZ , dat is iets wat de werknemer zelf moet regelen. We merken echter dat ze vaak foutieve info over bepaalde formulieren krijgen, waardoor deze aansluiting vaak 3 à 4 weken aansleept.”

Ook het verkrijgen van medische zorgen verloopt niet rimpelloos, weten Tinne en Koen. “Onze Nederlandse medewerkers laten zich liefst in Nederland medisch verzorgen, dat stelsel kennen ze beter. Maar de CM vraagt steeds een document van de behandelende arts, wat de artsen in Nederland meestal niet willen ondertekenen omdat ze het Belgische systeem van vergoeding van medische kosten niet kennen. We hebben daarom zelfs ons eigen attest opgesteld, maar ook dat baat meestal niet.”

ATF voorziet een aanvullende invaliditeitsverzekering voor alle medewerkers, waardoor zij niet voor 60% maar voor 80% van hun loon gedekt zijn bij arbeidsongeschiktheid. “Maar ook hier stelt hetzelfde probleem zich: noch de Nederlandse artsen, noch het UWV willen bij arbeidsongeschiktheid de documenten ondertekenen.” Bij ATF zien ze zo regelmatig medewerkers vergoedingen waar ze recht op hebben, mislopen.

Ook in de kinderbijslag kan de samenwerking tussen beide landen beter. “Naar onze ervaring werkt de gegevensuitwisseling tijdens België en Nederland gewoon niet goed. We hebben het vermoeden dat de SVB in Breda en het Belgische kinderbijslagfonds elkaar niet vlot vinden, waardoor de bijpassing vanuit Belgische zijde, waarop sommige medewerkers recht hebben, soms 2 jaar op zich kan laten wachten.

Voor Tinne is het vaak zeer moeilijk om iemand bij UWV of SVB te kunnen spreken: “We moeten soms 10 maal bellen, want we hebben geen rechtstreeks nummer en geen vaste contactpersoon. De ene keer komen we bij de UWV in Goes terecht, de andere keer in Breda.  Er zijn zelfs bepaalde nummers die je enkel vanuit Nederland kunt bellen.”

Loon en pensioen

Wat dan met het loon en de pensioenopbouw van de in Nederland wonende werknemers van ATF? “We maken op voorhand een loonsimulatie voor alle Nederlandse medewerkers, die meestal tevreden zijn over het nettoloon dat daar uit komt. Het is zelden een reden om niet aan de slag te gaan in België. Het gaat dan zuiver over een bruto-netto simulatie, want een vergelijking van alle voor- en nadelen op korte en lange termijn is eigenlijk onmogelijk te maken.”

“Veel medewerkers hebben een boekhouder uit de streek die hun belastingformulieren regelt. Dat is absoluut een meerwaarde in een grensoverschrijdende context. Denk maar aan de Nederlandse hypotheekrenteaftrek: die geeft soms moeilijkheden met de partner van onze medewerkers, die vaak part-time werkt in Nederland. In bepaalde gevallen kan het zelfs fiscaal interessanter zijn dat de partner helemaal niet werkt, zo vernemen we.”

Praktische moeilijkheden

Tot slot zijn er hele reeks praktische zaken waar zowel de werkgever als de werknemer mee geconfronteerd worden. Tinne en Koen sommen er een aantal op waarmee ze regelmatig geconfronteerd worden:

“Zo overlapt de bouwvakantie in Vlaanderen niet altijd met de Nederlandse schoolvakantie, waardoor sommige werknemers slechts 1 week samen met hun kinderen vakantie hebben. ATF stelt dan een brief op waarmee kinderen afwezig mogen blijven in de Nederlandse school, maar dat is natuurlijk niet ideaal.”

“Bedienden met een firmawagen worden geconfronteerd met een hele papierwinkel, bijvoorbeeld het aanvragen van een BPM-vergunning in Nederland. We horen ook verhalen van grenswachten die rondrijden in de grenswijken om op basis van nummerplaten te checken of bedrijfswagens met Belgische nummerplaat wel belast worden in Nederland. Dat kan immers een groot verschil maken: waar een Belg met bedrijfswagen slechts circa 150 euro afdraagt, is dat voor eenzelfde wagen 600 euro in Nederland, op basis van de CO²-uitstoot en nieuwwaarde. Privégebruik wordt ook streng gecontroleerd, we horen verhalen van controles aan de Efteling om na te gaan of het juiste privégebruik van de firmawagen wel is aangegeven.”

“Onze vrachtwagenchauffeurs moeten de zogenaamde Code 95 volgen, een bijscholing, maar ze krijgen dat in Nederland niet op het digitale rijbewijs geschreven. In Nederland loopt alles digitaal, voor opleidingen in België moet er dan een papieren attest afgeleverd worden door de FOD, met veel stempels en doorverwijzingen tot gevolg.”

“Subsidiëring van opleidingen is ook knelpunt: in Nederland zijn cursussen veel duurder en is er geen voordeelregeling zoals de KMO-portefeuille in Vlaanderen. Dat kost het bedrijf veel geld, bijvoorbeeld een opleiding die in Vlaanderen 800 euro kost, kan 2500 euro kosten in Nederland.”

“Er zijn ook verschillen in rijbewijzen voor tractoren: in Nederland is er een T-rijbewijs, in België heb je een CE-rijbewijs nodig. Vraag is of Nederlanders met een T-rijbewijs in België met een tractor mogen rijden? Wij durven het alvast niet te wagen. Ook de brandstofreglementering is anders: rode stookolie mag niet in Nederland, in België mogen we daar wel mee rijden.”

“Dan is er nog de kilometerheffing: als we naar een werf willen rijden in Essen, kunnen we dat best doen door een stukje door Nederland rijden. Maar dan moeten we een Eurovignet aanvragen voor  1 dag. Dat zijn spijtige meerkosten.”

De balans: positief

Er zijn dus nog heel wat verbeteringen aan te brengen die werken in de grensstreek kunnen vergemakkelijken. Hoe kijken Koen en Tinne aan tegen het uiteindelijke plaatje?

“Het klopt dat er heel praktische beslommeringen de kop opsteken. Onze ervaring is echter dat die allemaal niet onoverkomelijk zijn. Als bedrijf ontzorgen we onze Nederlandse medewerkers maximaal en hebben we onze organisatie daarop ingericht. Zo realiseren we een win voor alle partijen: wij vinden de medewerkers die we nodig hebben en die we in België amper vinden, onze medewerkers vinden werk in eigen streek tegen een concurrentieel loon met enkele interessante extra voordelen. We zijn ervan overtuigd dat beide partijen daar meer winst dan verlies uithalen en nemen de praktische moeilijkheden daarom graag op ons. Al mag het natuurlijk altijd eenvoudiger”, lachen Koen en Tinne.

 

“Mocht ik mijn bedrijf 2 kilometer kunnen verplaatsen…”

Glasproducent Ayano uit Meer (Hoogstraten) groeit trager door grensligging

 

 

Erwin Meeuwesen (rechts), eigenaar van Ayano uit Meer in België, zit met de handen in het haar. Niet bij gebrek aan orders, maar door gebrek aan personeel om het bedrijf verder te doen groeien. En daar heeft de grensligging van zijn bedrijf veel mee te maken, weet hij uit ervaring.

Ayano is gelegen in de transportzone Meer-Hazeldonk, aan de Belgische zijde van de grens. Het bedrijf is actief in de glasdecoratie, met name van glazen en flessen drank (meer info op http://www.ayano.eu/who-we-are ). Het bedrijf heeft 40 medewerkers, maar is constant op zoek naar technisch gekwalificeerd personeel, zoals technische operatoren en verpakkers.

 

Loonkloof met Nederland

“We ondervinden inderdaad enorme problemen om gekwalificeerd personeel te vinden in de regio aan de Belgische kant van de grens. Door het lage werkloosheidscijfer in onze regio is het moeilijk om te groeien. We kunnen meteen een productielijn bijzetten, als we het personeel hadden om die te bemensen.”

Voor zijn wervingsacties werkt Erwin voornamelijk met Belgische interim- en selectiekantoren, die een eerste selectie voor hem maken. Hij deed dat vroeger zelf, maar het werd te tijdrovend. Met VDAB werkt hij momenteel niet, met Nederlandse interimkantoren maar zeer beperkt.

“Meermaals zijn er mensen vanuit Nederland bij ons komen solliciteren, maar ze gaan er financieel niet voldoende op vooruit en haken dan af. Het verschil in lonen tussen Nederland en Vlaanderen kan in onze sector oplopen tot 600 euro netto. Dat wordt wel deels gecompenseerd door de lagere kosten van bijvoorbeeld de Belgische ziekteverzekering, maar wie uit Nederland wil er netto zoveel inleveren? Zeker als je weet dat er als grensarbeider een heleboel paperassen bijkomen.”

Want dat, heeft Erwin al ondervonden, is een tweede belangrijke drempel om mensen uit Nederland te motiveren bij Ayano aan de slag te gaan. “Die grote rompslomp, wat betreft pensioenopbouw, aansluiting bij ziekenfonds, etc. belemmert mensen om de grens over te komen. Het duurt dikwijls lang vooraleer je een potentiële werknemer de nodige info over de concrete gevolgen van werken over de grens kan meegeven, waardoor hij soms al een andere job heeft gevonden. Andere keren komt de persoon simpelweg tot de conclusie dat het sop de kool niet waard is.”

Is de informatie dan niet gemakkelijk online te vinden? “We kunnen wel infowebsites meegeven, maar niemand van de sollicitanten of werknemers heeft de tijd en energie om alles woord na woord door te lezen. Het is hoe dan ook een extra drempel, want mensen komen in een systeem terecht dat ze niet kennen en worden daardoor onzeker. Daar zou vereenvoudiging in moeten komen, zodat mensen meteen weten waar ze aan toe zijn en een bewuste keuze voor de inhoud van de job kunnen maken.”

Er zijn echter nog andere factoren in het spel, aldus Erwin: “Ook de personenbelasting heeft grote verschillen tussen beide landen. Zo heb je als werknemer in Nederland recht op een kapitaal én renteaftrek op een hypotheek, en heb je in België enkel een renteaftrek. Alweer een extra drempel om inwoners van Nederland te werven.”

 

Concurrentieel nadeel door grensligging

Erwin is aangesloten bij de bedrijvenvereniging van de transportzone Meer-Hazeldonk. Deze vereniging organiseert regelmatig infosessies en netwerkmomenten waar hij van gedachten kan wisselen met ondernemers aan beide zijden van de grens over de gevolgen van hun gezamenlijke grensligging. Van de grote Belgische werkgeversorganisaties ondervindt hij weinig steun. “Ik vermoed dat werkgeversorganisaties als UNIZO en Voka weinig belang hechten aan de grensregio’s omdat het een uithoek van het land is en dat het in hun optiek slechts om een beperkte doelgroep van bedrijven gaat.”

Toch zijn er een aantal punten waar deze werkgeversorganisaties op nationaal niveau voor ijveren die sterk tot uiting komen in de grensregio, weet Erwin. “Zo is de Belgische vennootschapsbelasting een stuk hoger dan de Nederlandse. Dat bezorgt me een ernstig concurrentieel nadeel. Als ik opnieuw zou beginnen, zou ik het bedrijf mogelijk 2 kilometer verder over de Nederlandse grens plaatsen.”

Erwin lijkt niet alleen te staan in deze afweging. Recent worden er opvallend veel grote investeringen, vooral in de distributiesector, net aan de Nederlandse zijde van de grens gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan de nieuwe distributiecentra van Lidl en Primark in Roosendaal, de Herentalse Groep Heylen die op het bedrijventerrein Kampershoek 2.0 in Weert, net over de Nederlandse grens, een nieuw distributiecentrum van 187.000 vierkante meter bouwt, en webwinkel Bol.com, die recent zijn grootse distributiecentrum heeft geopend in het Nederlandse Waalwijk, opnieuw net over de grens met België. Al worden daar ook andere verschillen tussen beide landen, zoals de reglementering rond nachtarbeid en het verschil in loonkost voor werkgevers, genoemd als redenen om de Nederlandse zijde van de grens te prefereren voor dit soort investeringen.

 

GrensInfoPunten

Wat zouden de nieuw opgerichte GrensInfoPunten in de regio kunnen betekenen voor een bedrijf als Ayano? “Uiteindelijk mis ik gewoon inhoudelijke argumenten om Nederlandse medewerkers te overtuigen toch over de grens te komen”, zucht Erwin. “De GIP’s zijn geen wondermiddelen, maar ze zouden wel een aantal misverstanden uit de weg kunnen ruimen en zouden de stap over de grens kunnen ontzorgen, voor werkgever én werknemer”, besluit Erwin.

 

Interesse in een job bij Ayano? Check dan http://www.ayano.eu/careers voor meer info over de openstaande vacatures.

 

“Instanties uit beide landen moeten beter communiceren”

Grensarbeider Claudio Bello kwam in een administratieve mallemolen terecht na zijn ontslag

 

(Claudio Bello (midden), met zijn echtgenote in gesprek met Kees Martens van het BBZ)

 

 

Claudio Bello (54) is geen typische grensarbeider, voor zover die al bestaat. Claudio is immers van Italiaanse origine en heeft tot 1995 in Oostenrijk gewerkt. Vervolgens ging hij aan de slag in Nederland, werkte daar 22 jaar als analist-programmeur en werd in 2003 door zijn verhuis naar België een Belgische grensarbeider in Nederland.

Er zijn op dit moment heel wat online kanalen waarop een grensarbeider zelf informatie kan inwinnen, maar in 2003 was dat niet het geval, getuigt Claudio: “Een verzamelsite vanuit de Nederlandse overheid zoals www.grensinfo.nl was er niet. Ik heb dus alles zelf moeten uitzoeken, door te surfen naar de sites van diverse ministeries en organisaties, rond te bellen, brochures op te vragen, … echt puzzelwerk. Het BBZ (Bureau voor Belgische Zaken) in Breda was er toen wel al natuurlijk, het werd mijn voornaamste bron van informatie. Ook een persoonlijk gesprek was daar al mogelijk toen.”

 

Zorgverzekering

Toch begon Claudio relatief onwetend aan zijn tewerkstelling als grensarbeider en ontdekte hij al doende een aantal zaken. “Zo ontdekte ik dat sommige collega’s sociaal verzekerd konden blijven in België terwijl ze werkten in Nederland. Dat kan als je minstens 25% in België werkt, bijvoorbeeld 1,5 dag van thuis uit of bij een Belgische klant. Als ik dat eerder had geweten, had ik die vraag in ieder geval bespreekbaar gemaakt bij mijn werkgever. De ziekteverzekering in België is immers een stuk goedkoper voor de werknemer. Voor de werkgever zou die regeling naar ik hoor wel een paar duizend euro duurder uitvallen op jaarbasis, het is dus niet zeker of mijn toenmalige werkgever mij die gunstmaatregel had toegestaan.”

Er zijn tot op vandaag nog zaken die voor Claudio moeilijk te begrijpen blijven. “Ik had een zogenaamde ‘werelddekking’ bij mijn Nederlandse zorgverzekeraar CZ. Ik ging ervan uit dat mijn hospitalisatiekosten in België dan ook gedekt zouden zijn, België is toch ook de wereld”, lacht Claudio. Maar het bleek voor hem toch wenselijk om een extra Belgische hospitalisatieverzekering af te sluiten.

 

Werkloosheidsuitkering en pensioen

Al bij al liep alles vlot voor Claudio in die 13 jaar als Belgische grensarbeider in Nederland. Tot hij In 2016 zijn job verloor en bovenop die klap nog in een administratieve mallemolen belandde. “In België zijn er 3 instanties die met elkaar moeten samenwerken, RVA, VDAB en HVW. Dat maakt de situatie complex, zeker als er vanuit Nederland ook documenten moeten worden aangeleverd om bijvoorbeeld het recht op werkloosheidsuitkering praktisch in orde te maken. De VDAB had een overzicht van mijn vier laatste salarisjaren nodig uit Nederland. Het heeft meer dan drie maanden geduurd vooraleer alles in orde was. ik heb zelf veel moeten bellen en mailen. Tot op de duur wilde ik naar Nederland gaan om de documenten zelf op te halen, maar ze moesten ze blijkbaar om wettelijke redenen met de post gestuurd worden. Erg frustrerend allemaal. Gelukkig had ik wat financiële reserve, maar dat is niet voor iedere grensarbeider zo.”

Claudio vreest het ergste voor zijn pensioen, dat er binnen circa tien jaar zit aan te komen: “Doordat ik ook in Oostenrijk gewerkt heb, zal ik mijn uiteindelijke pensioen uit drie landen ontvangen. Ik vermoed dat ik er zelf achteraan zal moeten gaan om te kijken of de drie landen dat correct geregeld krijgen.”

 

Nederland blijft goede optie

Momenteel is Claudio werkzoekend en woont hij in Rijkevorsel (België). Hij is op zoek naar een job als people manager in een technische omgeving, maar zou hij ook overwegen die job opnieuw over de grens in Nederland te zoeken? “Zeker wel. Ik hou van de Nederlandse werksfeer, waar er minder hiërarchie is en de leidinggevende vlot aanspreekbaar is. Ook mobiliteit speelt een belangrijke rol voor mij. Vanuit Rijkevorsel rijdt ik filevrij richting Nederland, terwijl de files vanuit mijn regio naar Antwerpen legendarisch zijn. Nadeel is dan weer wel dat je hoe dan ook aangewezen bent op de wagen, want het grensoverschrijdende openbaar vervoer blijft zeer gebrekkig.”

 

GrensInfoPunten noodzakelijk

Hoe kijkt hij aan tegen de GrensInfoPunten (GIP’s) die op vele locaties langsheen de Vlaams-Nederlandse grens opgericht worden? “Ik was in 2003, maar ook tijdens en na mijn tewerkstelling, zeker gebaat geweest bij een GrensInfoPunt waarop ik terecht kon voor een persoonlijk gesprek over de verschillende aspecten van mijn statuut als grensarbeider. Afstemming tussen de verschillende overheidsinstanties in beide landen is ook iets dat ook beter ingeregeld moet worden dankzij deze punten. Via de GIP’s zou je terecht moeten kunnen bij de juiste contactpersonen en die personen zouden elkaar in beide landen ook beter moeten kunnen vinden”, besluit Claudio.

 

Update februari 2018: ondertussen heeft Claudio een nieuwe job gevonden in Meer (Hoogstraten). Werk in eigen grensstreek dus, tegen de files in, maar deze keer aan ‘zijn’ kant van de grens. Als ex-grensarbeider zal hij echter geconfronteerd blijven worden met de verschillende nationale stelsels van Nederland, België en in zijn geval ook Oostenrijk. Ook voor vragen over bijvoorbeeld zijn pensioen of belastingaangifte, kan Claudio contact opnemen met de GrensInfoPunten in zijn regio.

Op 4 december werd met een feestelijk event in de enclavegemeenten Baarle-Nassau en Baarle-Hertog de opening van de GrensInfoPunten in de provincies Noord-Brabant en Antwerpen bekend gemaakt.

Dit event vond heel wat weerklank in regionale en nationale media in beide landen. Een bloemlezing.

Belgische pers

20171216_Jobat_Infopunten moeten Antwerpse grensarbeiders beter op weg helpen

20170512_MadeinKempen_VLOT AAN HET WERK OVER DE GRENS MET GRENSINFOPUNTEN

20171206_MadeInAntwerpen_Plechtig fotomoment met de betrokken partners bij het project Grensinformatievoorziening Vlaanderen

20171205_GVA_Grensarbeiders vinden sneller alle nodige info

20171206_MadeInAntwerpen_Plechtig fotomoment met de betrokken partners bij het project Grensinformatievoorziening Vlaanderen

20171205_HLN_Infopunt voor grensarbeiders geopend

https://atv.be/nieuws/video-nederlanders-aan-het-werk-bij-ons-geen-zorgen-hier-52803

 

Nederlandse pers

20171208 persbericht Ons weekblad Openingsevent

20171205¨BNDeStem_Werkenbijdezuiderbureneendrama

20171201 persbeicht Ons weekblad opening Grensinfopunten

20171207¨BNDeStem_WatvindenBelgenvanons

 

In 7 verschillende steden in de Belgische provincie Antwerpen en de Nederlandse provincie Noord-Brabant zijn in de loop van 2017 in totaal 9 GrensInfoPunten (GIP’s) geopend.

In een GIP kunnen huidige, voormalige of toekomstige grensarbeiders en hun werkgevers terecht voor kosteloze basisinformatie over de gevolgen van wonen aan de ene zijde van de grens en werken aan de andere zijde. Dat moet hen helpen om goed geïnformeerd aan de slag te gaan in het buurland en zo de regionale economie van de grensstreek versterken. Europa steunt dit initiatief met subsidies vanuit Interreg-middelen.

 

Front office loketten in de regio

 

De GIP’s zijn geopend bij VDAB in Kapellen en Turnhout, bij ACV in Kalmthout, Hoogstraten en Turnhout, bij ABVV in Turnhout, bij ISD Brabantse Wal in Bergen op Zoom, bij FNV in Roosendaal en bij Holland Expat Center South in Eindhoven. En daar blijft het mogelijk niet bij, want de Nederlandse vakbond FNV onderzoekt of het nog extra punten in Breda, Tilburg en Eindhoven kan openen in 2018.

Dit netwerk aan GIP’s kwam met  Europese steun tot stand in het schoot van het Interreg-project Grensinformatievoorziening Vlaanderen-Nederland, waarin naast eerder genoemde partners ook de provincies Antwerpen en Noord-Brabant, de Nederlandse Sociale Verzekeringsbank en de Benelux Unie een actieve rol spelen.

In elk GIP kunnen zowel huidige, toekomstige als voormalige grensarbeiders, als werkgevers terecht voor dezelfde basisinformatie. Deze informatie zal vaak gaan over sociale zekerheid, belastingen en arbeidsrecht. Daarnaast kan elke partner vanuit de eigen expertise aanvullende diensten aanbieden. Een werkzoekende zal bij VDAB informatie vinden over jobs aan beide zijden van de grens, terwijl een werknemer bij de vakbonden terecht kan voor diepgaandere vragen over arbeidsrecht.

Vaak zal de GIP-adviseur door het stellen van de juiste vragen het achterliggende probleem, waaraan de vraagsteller nog niet had gedacht, detecteren. Dankzij een goed uitgewerkt opleidingsprogramma en een uitgebreid adressenboekje van contactpersonen kan elke GIP-adviseur in eerste instantie een correcte analyse maken van de situatie van de klant en in tweede instantie een correcte doorverwijzing maken naar de juiste wettelijke instantie.

De verschillende GrensInfoPunten zijn terug te vinden op de site www.grensinfopunt.eu. Deze website is ontstaan door intensieve samenwerking tussen de verschillende grensgebieden langsheen de Vlaams-Nederlandse grens, maar ook de grensgebieden langsheen de Duits-Nederlandse grens zijn betrokken. Deze laatsten kennen al een langere geschiedenis van grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden in zogenaamde Euregio’s en kennen een soortgelijk model van grensinformatievoorziening via GrensInfoPunten.

 

Netwerk van centrale back offices

 

De GIP’s vormen een laagdrempelig, goed bereikbaar en kosteloos netwerk van infopunten waar eerstelijnsadvies kan worden ingewonnen. Elke situatie van grensoverschrijdend wonen en werken moet echter individueel bekeken worden en dat wordt al gauw complex. Daarom zijn deze front office GIP’s verbonden met een netwerk van officiële instanties die wettelijk correcte uitspraken kunnen doen over de situatie van de vraagsteller.

De betrokken back office organisaties zijn momenteel het Bureau voor Belgische Zaken in Breda, de Belgisch-Nederlands-Duitse grensoverschrijdende belastingservice Team GWO en de Belgische federale overheidsdiensten RSZ, RVA, RIZIV, FPD en Famifed. Ook alle betrokken partners binnen het project vormen vanuit hun eigen expertise een back office voor de andere GIP’s. Op die manier kan een bezoeker van een GIP op de meest efficiënte manier doorverwezen worden naar de instantie die zijn dossier inhoudelijk kan behandelen.

 

Voor- en nadelen van grensarbeid

 

Naast het verstrekken van betrouwbare informatie over de gevolgen van grensarbeid heeft het project als tweede doelstelling het bevorderen van de grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit.  Werkgevers aan de grens vinden vaak moeilijker personeel vanwege hun ligging. Werknemers bereiken bedrijven over de grens dan weer moeilijk door het ontbreken van grensoverschrijdend openbaar vervoer. Dit zijn voorbeelden van belemmeringen waardoor grensregio’s in heel Europa nadelen ondervinden ten opzichte van het centrum van hun land.

Voor de individuele werknemer of werkzoekende biedt werken over de grens vaak een ideale job in eigen streek op, met weinig fileleed. De keuze moet echter op individuele basis goed geïnformeerd gebeuren, aangezien de wetgevingen van beide landen soms op onverwachte wijze op elkaar inspelen en op zijn minst niet altijd op elkaar afgestemd zijn. Denken we maar aan de beruchte pensioenval, die ontstaat door het verschil in wettelijke pensioenleeftijd tussen België (65 jaar) en Nederland (67 jaar). Zo zijn er ook op het vlak van kinderbijslag, werkloosheidsuitkering, ziekteverzekering en belastingen drempels die goed geïnformeerd overwonnen moeten worden.

Grensarbeider ben je bovendien voor het leven. Wie ooit in een ander land gewoond heeft dan hetgene waarin hij of zij gewerkt heeft, zal immers in vele gevallen ook een pensioen uit beide landen ontvangen.

Het vrij verkeer van mensen is een belangrijke verworvenheid van de  Europese Unie, initiatieven zoals de GIP’s moeten ervoor zorgen dat de arbeidsmobiliteit voor de individuele burger ook fair kan verlopen. Momenteel pendelen in de provincie Antwerpen ongeveer 10.000 inwoners van België dagelijks naar Nederland, omgekeerd komen circa 4000 pendelaars dagelijks vanuit Nederland naar de Provincie Antwerpen. Over het hele Vlaams-Nederlandse grensgebied bekeken gaat het over respectievelijk ruim 11.000 (Ned naar Bel) en 32.000 (Bel naar Ned) grenspendelaars.

 

Euregionale mindset

 

Ook in Europa staat het thema grensoverschrijdende economie en arbeidsmarkt hoog op de agenda. De Europese Commissie becijferde recent in een lijvig rapport dat in de grensregio’s van Europa een economische groei van 2 à 8% mogelijk moet zijn als een deel van de grensbelemmeringen worden weggewerkt. De Commissie kondigde in één adem de oprichting van een Border Focal Point aan, waar experten uit diverse disciplines samenkomen om te onderzoeken welke grensbelemmeringen kunnen worden weggewerkt.

Veel aandacht is er bovendien voor het promoten van een zogenaamde Euregionale mindset. Veel actoren in de grensstreek, zowel bedrijven, burgers als overheden, lijken zich op dit moment onvoldoende bewust van hun ligging aan de grens. Door psychologische drempels wordt een job of werknemers van de andere zijde zelfs niet overwogen, met alle gemiste kansen van dien. Mede dankzij Interreg-projecten zoals Grensinformatievoorziening Vlaanderen-Nederland moeten deze mentale barrières, net als de fysieke grensposten, op termijn verdwijnen.

 

Interreg-project Grensinformatievoorziening

 

Sinds juni 2016 werken een hele reeks Nederlandse en Belgische partners samen binnen het Interreg-project Grensinformatievoorziening Vlaanderen-Nederland. Met de steun van Europa, via EFRO-middelen, vormen de Nederlandse partners SVB, FNV, ISD Brabantse Wal, Holland Expat Center South Eindhoven, FNV, UWV Werkbedrijf en Provincie Noord-Brabant, een netwerk met de Belgische partners VDAB, ABVV, ACV, ALCVB en provincie Antwerpen. Het project wordt mede ondersteund door de BENEGO, het samenwerkingsverband van Belgische en Nederlandse grensgemeenten in de regio en door de Benelux Unie.

Het projectbudget bedraagt 2,5 miljoen euro, waarvan 50% uit Europese EFRO-middelen ter beschikking wordt gesteld door Interreg Vlaanderen-Nederland. Het project loopt gedurende 3 jaar, tot 31 mei 2019. Nadien moet de structuur van GrensInfoPunten op een duurzame manier ingebed zijn in de beide provincies en met structurele middelen vanuit de betrokken stakeholders verder blijven bestaan. Vanuit de Nederlandse Rijksoverheid is in de loop van 2017 reeds een studie besteld die in samenspraak met de Vlaamse en Belgische federale Overheid en de betrokken projectpartners tot een financieringsmodel moet komen. Ook met het Nederlands-Duitse grensgebied wordt afstemming gezocht om tot een eenvormige structuur van grensinformatiepunten te komen.

 

Fotoverslag Openingsevent 4 december

Op 4 december 2017 werd de opening van de GIP’s in de Provincies Noord-Brabant en Antwerpen gevierd met een event in het Cultuurcentrum van de enclavegemeenten Baarle-Nassau en Baarle-Hertog.

Een fotoverslag hiervan vindt u op deze pagina.

Een overzicht van de persartikelen die verschenen naar aanleiding van dit event, vindt u op deze pagina.