Mensen die nog zorgtoeslag over 2025 willen aanvragen, krijgen daar langer de tijd voor. De termijn voor een aanvraag met terugwerkende kracht is verlengd van 1 september naar 31 december van het daaropvolgende jaar.

Met deze wijziging krijgen aanvragers meer ruimte om hun inkomen goed in te schatten en alsnog de zorgtoeslag aan te vragen waar zij recht op hebben. Voor het toeslagjaar 2025 betekent dit dat een aanvraag nog mogelijk is tot en met 31 december 2026.

Meer informatie over zorgtoeslag leest u op de website van de Belastingdienst Toeslagen.

Meeverzekerde partners moeten straks betalen

Met de onlangs aangenomen GKV-Beitragssatzstabilisierungsgesetz (wet inzake de stabilisering van de premietarieven van de wettelijke ziektekostenverzekering) wordt per 1 januari 2028 een premietoeslag ingevoerd voor meeverzekerde echtgenoten en geregistreerde partners. Voortaan wordt een opslag van 2,5 procentpunt geheven over het premieplichtige inkomen van het lid, als de echtgenoot of partner meeverzekerd is via de tot nu toe premievrije “gezinsverzekering” van de wettelijke ziektekostenverzekering.

Voor sommige groepen en meeverzekerde kinderen blijft de Familienversicherung kosteloos.

De nieuwe regeling is sinds 30 juli 2026 van kracht. Hiermee wil de wetgever de financiering (d.w.z. de premies van de verzekerden) van de wettelijke ziektekostenverzekering op lange termijn stabilisieren en met name extra inkomstentekorten bij de ziektekostenverzekeraars compenseren.

Wie wordt door de regeling getroffen?

De toeslag geldt uitsluitend voor meeverzekerde echtgenoten en geregistreerde partners. Het maakt daarbij niet uit of de meeverzekerde partner een kleine bijverdienste heeft of haar werkgever al premies afdraagt via een Minijob. Doorslaggevend is uitsluitend dat er sprake is van een Familienversicherung.

In principe moet het verzekerde lid de toeslag zelf betalen. Een bijdrage van de werkgever is niet voorzien. Voor bepaalde groepen gelden uitzonderingen, bijvoorbeeld voor leerlingen in een beroepsopleiding met een laag inkomen en deelnemers aan vrijwillige maatschappelijke diensten.

Uitgebreide uitzonderingen

De wetgever heeft verschillende uitzonderingen opgenomen om gezinnen, mantelzorgers en kwetsbare groepen te ontzien.

Geen premietoeslag wordt geheven bij:

Berekening van de premietoeslag

Het algemene premiepercentage voor personen met een wettelijke ziektekostenverzekering in Duitsland bedraagt momenteel 14,60% (2026), vermeerderd met een aanvullende premie die per Krankenkasse verschilt. Desondanks de steeds duurdere bijdragen, bleven de inkomstentekorten bij de Duitse ziektekostenverzekeraars in de afgelopen jaren oplopen.

De premiestoeslag van 2,5 % wordt vanaf januari 2028 geheven over het premieplichtige brutoinkomen van het lid. De opslag wordt steeds per volledige kalendermaand berekend. Veranderingen in de persoonlijke situatie tijdens een lopende maand hebben in principe pas gevolgen vanaf de volgende maand. Begint of eindigt de Familienversicherung midden in een maand, dan geldt de opslag pas vanaf de daaropvolgende maand of eindigt deze aan het einde van de voorafgaande maand.

Ook relevant voor grensarbeiders

De nieuwe regeling kan ook relevant zijn voor grensarbeiders. Vooral personen van wie de echtgenoot of geregistreerde partner momenteel via de Duitse Familienversicherung is meeverzekerd, kunnen door deze wijziging worden getroffen. In deze situaties kan vanaf 1 januari 2028 dus ook een premietoeslag (Beitragszuschlag) verschuldigd zijn. Of de toeslag daadwerkelijk moet worden betaald, hangt af van de persoonlijke situatie en eventuele wettelijke uitzonderingen.

Conclusie en vooruitblik

Met de invoering van de premietoeslag voor meeverzekerde echtgenoten en partners komt er vanaf 2028 voor veel verzekerden een einde aan de volledig kosteloze Familienversicherung. Kinderen blijven gratis meeverzekerd, terwijl diverse sociale uitzonderingen specifieke groepen beschermen. Toch zullen veel huishoudens rekening moeten houden met extra kosten.

De website van het Duitse Bondsministerie van Volksgezondheid (Bundesministerium für Gesundheit) heeft meer informatie en een overzicht met veelgestelde vragen over deze wetswijziging.

De Registratie Niet-Ingezetenen (RNI) is bedoeld voor mensen die niet in Nederland wonen, maar wel contact hebben of hebben gehad met de Nederlandse overheid. Denk aan mensen die tijdelijk in Nederland werken, in Nederland gewerkt hebben, studeren of een Nederlands pensioen ontvangen. 

Waarom is registratie in de RNI belangrijk? 

Een registratie in de RNI is nodig omdat uw persoonsgegevens correct worden vastgelegd. Hierdoor kunnen overheidsorganisaties, zoals de Belastingdienst of de Sociale Verzekeringsbank (SVB), u beter bereiken en hun diensten goed uitvoeren. Als niet-ingezetene ontvangt u middels uw eerste registratie in de RNI ook een Burgerservicenummer (BSN), waarmee u zaken kunt regelen zoals werken, belasting betalen of gebruikmaken van bepaalde overheidsdiensten. 

Daarnaast voorkomt een juiste RNI-registratie problemen door onjuiste of verouderde gegevens. Dit kan vertragingen bij uitkeringen, toeslagen of andere administratieve processen voorkomen.

Hoe voorkom ik vertraging? 

Registratieproblemen ontstaan meestal door verhuizingen in het buitenland die niet automatisch door uw woonland aan de RNI in Nederland doorgegeven zijn. Post vanuit de Nederlandse overheidsinstellingen komt dan misschien niet meer bij u aan, of inloggen op overheidswebsites met uw DigiD lukt dan misschien niet meer.  

Kortom, een actuele registratie in de RNI zorgt ervoor dat u eenvoudig zaken kunt regelen met de Nederlandse overheid, ook als u niet in Nederland woont. Het is daarom verstandig uw gegevens actueel te houden en wijzigingen tijdig door te geven.

Welke gegevens staan er van u in de RNI en hoe houdt u die actueel? 

Dat is afhankelijk van de wijze hoe u bent geregistreerd in de RNI: bijvoorbeeld automatisch door emigratie uit Nederland, registratie door een Nederlands overheidsorgaan of door eigen inschrijving in de RNI. 

Sommige gegevens kunt u zelf wijzigen, andere dan weer niet. Afhankelijk van de soort gegevens kunt u dit digitaal doen via het online-portaal van de Rijksdient voor Identiteitsgegevens MyRNI of dient u voor de wijziging naar een RNI-loket te gaan. Er zijn 19 gemeenten met een RNI-loket in Nederland. Hiervoor zult u dan een afspraak dienen te maken. Let op: Derdelanders kunnen voor de RNI-registratie ofwel het wijzigen van gegevens alleen terecht bij de loketten in Breda en Venlo. 

Informatie over welke gegevens er geregistreerd worden of en hoe deze te wijzigen zijn vindt u op de volgende website van de Nederlandse overheid https://www.nederlandwereldwijd.nl/rni. Ook vindt u daar informatie over hoe u kunt controleren welke gegevens van u in de RNI geregistreerd zijn. 

Vanaf 1 augustus 2026 treden in België enkele belangrijke wijzigingen op arbeidsrechtelijk vlak in werking. Zo wordt de opzegtermijn tijdens de eerste zes maanden van een arbeidsovereenkomst verkort en stijgt ook het wettelijk minimumloon.

Kortere opzegtermijn tijdens de eerste zes maanden

Voor arbeidsovereenkomsten die vanaf 1 augustus 2026 starten, geldt gedurende de eerste zes maanden een opzegtermijn van slechts één week. Dat geldt zowel wanneer de werkgever de werknemer ontslaat als wanneer de werknemer zelf ontslag neemt. Ook bij een tegenopzeg bedraagt de termijn één week.

Tot nu toe liep de opzegtermijn na de eerste drie maanden op. Werknemers die tussen drie en zes maanden in dienst waren, konden te maken krijgen met een opzegtermijn tot vijf weken. Voor arbeidsovereenkomsten die al vóór 1 augustus 2026 liepen, verandert er niets.

Minimumloon stijgt

Ook het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen (GGMMI) stijgt op 1 augustus 2026. Het GGMMI bedraagt voortaan € 2.233,61 bruto per maand.

Dit bedrag vormt het wettelijke minimum dat werknemers moeten ontvangen bij arbeidsovereenkomsten van een maand of langer. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het maandloon zelf. Ook andere loonbestanddelen, zoals een eindejaarspremie of een dertiende maand, worden mee in rekening gebracht om na te gaan of het minimumloon wordt gerespecteerd.

Voor werknemers die doorgaans minder dan een kalendermaand werken, gelden andere regels.

Wat betekent dit voor grensarbeiders?

Voor grensarbeiders die in België werken, kan de verkorte opzegtermijn meer flexibiliteit bieden bij de start van een nieuwe baan. Daarnaast profiteren werknemers die tegen het minimumloon werken van de verhoging van het GGMMI, wat een positieve invloed kan hebben op hun brutoloon en sociale rechten.

Het CAK geeft aan dat per 1 november de groep personen die in aanmerking komt voor een ziektekostenverzekering via het CAK zich verkleint. Het definitieve besluit hierover valt eind september. 

Huidige situatie 

Op dit moment komen personen die woonachtig zijn in een EU-land en enkel een (vroeg)pensioen of uitkering ontvangen uit Nederland, in aanmerking voor een ziektekostenverzekering via het CAK. Hetzelfde geldt voor personen die een (vroeg)pensioen of uitkeringen ontvangen uit meerdere landen, waaronder Nederland maar niet hun woonland, op voorwaarde dat het hoogste bedrag uit Nederland komt. 

Wat verandert er? 

Zodra de aanpassing van Bijlage XI van Verordening 883/2004 in werking treedt, volgens het CAK is dat op 1 november 2026, verkleint de groep personen die in aanmerking komt voor een ziektekostenverzekering via het CAK. Er bestaat dan geen recht meer op een ziektekostenverzekering via het CAK als men enkel een vroegpensioen (vroegtijdige bedrijfspensioenen, RVU regeling etc.) ontvangt. 

Alleen met een wettelijke uitkering (WAO, WIA, Wajong) of wettelijk pensioen (AOW, Anw) komt u hier nog voor in aanmerking.  

Wie betreft het? 

De nieuwe regels gelden alleen voor personen die: 

 Wat betekent het voor bestaande CAK verzekerden? 

De wijziging heeft geen gevolgen voor bestaande verzekeringen via het CAK. Mocht u dus op dit moment met een vroegpensioen al verzekerd zijn via het CAK, dan verandert er voor u niets! 

Meer informatie vindt u op de website van het CAK: 

Emigreren met vroegpensioen? Recht op CAK-zorgverzekering vervalt | CAK 

Wie in Duitsland woont en in Nederland werkt of heeft gewerkt, krijgt vroeg of laat te maken met het Nederlandse pensioenstelsel. Het Nederlandse pensioenstelsel verandert. Dit heeft  gevolgen voor de opbouw van het bedrijfspensioen. Wat verandert er precies? Welke gevolgen heeft de pensioentransitie voor uw opgebouwde pensioen? En hoe zit het met de belastingheffing wanneer men Nederlandse pensioen ontvangt terwijl men in Duitsland woont?

Om op deze vragen in te gaan organiseren de GrensInfoPunten in samenwerking met Steffi Troost op donderdag 24 september om 16:30 een Duitstalig web-seminar over de Nederlandse pensioentransitie. De online bijeenkomst is speciaal bedoeld voor inwoners van Duitsland die in Nederland werken of hebben gewerkt.

Tijdens het web-seminar geeft Steffi Troost, bestuurslid van vakbond FNV en pensioenbestuurder, uitleg over de veranderingen in het Nederlandse pensioenstelsel en de gevolgen daarvan voor (voormalige) grensarbeiders. Daarnaast wordt ingegaan op de vraag wat de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel betekent voor reeds opgebouwde pensioenaanspraken.

Ook wordt aandacht besteed aan de opbouw van het Nederlandse wettelijke pensioenstelsel (AOW) en de wijze waarop Nederlandse pensioenen worden belast wanneer men in Duitsland woont. Zo wordt een compleet beeld gegeven van de belangrijkste aandachtspunten rondom het pensioen en de pensioentransitie in de context van werken over de grens.

Na afloop van de presentatie is er kort gelegenheid om vragen te stellen.

Aanmelden

Deelname is kosteloos. Geïnteresseerden kunnen zich aanmelden tot de bijeenkomst begint via www.grenzinfo.eu/webseminar-pensioenstelselNL . Na aanmelding ontvangen deelnemers een bevestiging met de toegangsgegevens voor het web-seminar.

Zowel in Nederland als Duitsland zijn per 1 juli 2026 een aantal wettelijke bedragen geindexeerd. 

 

Minimumloon Nederland 

Het minimumuurloon voor werknemers van 21 jaar en ouder stijgt  naar €14,99.

 

Kinderbijslag 

De hoogte van de Nederlandse kinderbijslag wordt aangepast. Vanaf 1 juli 2026 gelden de volgende bedragen:

Kind 0 t/m 5 jaar € 298,40 

Kind 6 t/m 11 jaar € 362,35 

Kind 12 t/m 17 jaar € 426,29

 

AOW 

Ook de AOW-uitkeringen (basisstaatspensioen) worden aangepast aan de prijs- en loonontwikkelingen. Vanaf juli 2026 gelden de volgende maandbedragen:

Alleen wonend: € 1.662,16 

Samenwonend/gehuwd: € 1.139,39

 

Duitse Rente 

Op 1 juli 2026 zullen de Duitse pensioenen met 4,24% stijgen. 

Hierdoor zal de waarde van een Entgeltpunkt stijgen van 40,79 euro naar 42,52 euro.

De Belgische pensioenhervorming is goedgekeurd. De federale regering heeft haar pensioenhervorming afgerond en de nieuwe pensioenwet werd eind mei 2026 goedgekeurd door het parlement en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Met de Belgische pensioenhervorming wil de regering mensen stimuleren om langer aan het werk te blijven en het pensioenstelsel financieel houdbaar te houden. De meeste maatregelen treden in werking vanaf 2027, maar sommige onderdelen hebben nu al gevolgen voor toekomstige pensioenberekeningen.

Voor werknemers, zelfstandigen en ambtenaren zijn vooral de strengere voorwaarden voor vervroegd pensioen, de invoering van een pensioenmalus en een nieuwe pensioenbonus van belang. Daarnaast worden bepaalde periodes waarin niet gewerkt wordt minder gunstig meegenomen in de pensioenberekening.

Strengere voorwaarden voor vervroegd pensioen

Vervroegd met pensioen gaan blijft mogelijk, maar vanaf 2027 gelden strengere en duidelijker afgebakende voorwaarden. De wettelijke pensioenleeftijd blijft ongewijzigd op 66 jaar en stijgt vanaf 2030 naar 67 jaar. Wie eerder wil stoppen met werken, zal aan strengere loopbaancriteria moeten voldoen.

Een kernpunt van de Belgische pensioenhervorming is de verstrenging van de zogenoemde dageneis. Vanaf 2027 telt een kalenderjaar alleen nog mee als loopbaanjaar wanneer er minstens 156 gewerkte of gelijkgestelde dagen zijn. Vandaag volstaan nog 104 dagen. Door deze wijziging kunnen sommige werknemers, zelfstandigen en ambtenaren één of meerdere loopbaanjaren verliezen voor de toegang tot het vervroegd pensioen.

Voor werknemers met deeltijdse arbeid, onderbroken loopbanen of langere periodes van inactiviteit kan dit betekenen dat zij later met pensioen kunnen gaan dan oorspronkelijk verwacht.

Vervroegd pensioen vanaf 60 jaar bij lange loopbaan

Naast de verstrengingen komt er ook een nieuwe, uitzonderlijke regeling voor mensen met een zeer lange en effectieve loopbaan. Vanaf 2027 wordt het mogelijk om al op 60-jarige leeftijd met pensioen te gaan, op voorwaarde dat men minstens 42 loopbaanjaren kan aantonen met telkens minimaal 234 effectief gewerkte dagen per jaar.

Voor deze regeling wordt veel strenger gekeken naar daadwerkelijk gewerkte periodes. Veel gelijkgestelde periodes, zoals ziekte of zorgverlof, tellen hier niet of slechts beperkt mee. Met deze maatregel wil de regering vooral mensen tegemoetkomen die al op jonge leeftijd zijn begonnen te werken en gedurende hun hele loopbaan zeer actief zijn gebleven.

Pensioenmalus bij vervroegd pensioen

Een van de meest besproken onderdelen van de Belgische pensioenhervorming is de invoering van een pensioenmalus. Wie vanaf 2027 vervroegd met pensioen gaat zonder voldoende effectieve tewerkstelling in zijn loopbaan, riskeert een blijvende vermindering van het pensioenbedrag.

De pensioenmalus is bedoeld voor personen die wel voldoen aan de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden voor vervroegd pensioen, maar die onvoldoende effectief gewerkte dagen kunnen aantonen over hun loopbaan. In dat geval wordt het pensioenbedrag verminderd per jaar dat men vroeger stopt met werken. Hoe jonger men is bij pensionering en hoe beperkter de effectieve loopbaan, hoe zwaarder de financiële impact kan zijn.

Met deze maatregel wil de regering vermijden dat mensen vroegtijdig uit de arbeidsmarkt stappen zonder een voldoende lange effectieve loopbaan. Vooral personen die gedurende langere tijd gebruikmaakten van werkloosheidsregelingen, eindeloopbaanstelsels of andere gelijkgestelde periodes kunnen hierdoor met een lager pensioen worden geconfronteerd.

Nieuwe pensioenbonus voor langer werken

Tegelijk met de invoering van de pensioenmalus wordt ook een nieuwe pensioenbonus ingevoerd. Deze maatregel moet langer werken na de pensioenleeftijd financieel aantrekkelijker maken en vormt bewust het tegengewicht van de pensioenmalus.

Werknemers en zelfstandigen die ervoor kiezen om hun pensioen uit te stellen en na hun wettelijke pensioenleeftijd actief te blijven, kunnen extra pensioenrechten opbouwen. De opbouw van de nieuwe pensioenbonus start vanaf 2026 en geldt voor pensioenen die ingaan vanaf 2027.

De bonus wordt opgebouwd op basis van effectief gewerkte periodes na de wettelijke pensioenleeftijd. Hoe langer iemand blijft werken en hoe consequenter hij actief blijft, hoe groter het voordeel in het uiteindelijke pensioenbedrag. De regering wil hiermee vooral mensen stimuleren om langer deel te blijven uitmaken van de arbeidsmarkt.

Belangrijk is dat de nieuwe pensioenbonus de vroegere bonusregeling vervangt. Rechten die onder de oude regeling al zijn opgebouwd, blijven behouden. Nieuwe bonusrechten kunnen enkel nog volgens de nieuwe regels worden opgebouwd.

In de praktijk betekent dit dat langer doorwerken niet alleen helpt om een pensioenmalus te vermijden, maar ook kan leiden tot een blijvend hoger pensioenbedrag. Voor werknemers en zelfstandigen die twijfelen tussen stoppen of doorwerken, kan de nieuwe pensioenbonus daardoor een doorslaggevende factor worden.

Minder gunstige behandeling van sommige inactieve periodes

De Belgische pensioenhervorming wijzigt eveneens de manier waarop bepaalde inactieve periodes meetellen voor de pensioenberekening. Vooral periodes waarin geen effectief werk werd verricht, worden voortaan minder gunstig behandeld.

Concreet gaat het onder meer om periodes van (onvrijwillige) werkloosheid, werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) en eindeloopbaanregelingen zoals landingsbanen of tijdskrediet eindeloopbaan. Deze periodes blijven wel meetellen, maar worden voor de pensioenberekening niet langer gebaseerd op het vroegere loon. In plaats daarvan wordt een beperkt fictief loon gebruikt, wat kan leiden tot een lagere pensioenopbouw.

Andere inactieve periodes, zoals ziekte, moederschapsrust, ouderschapsverlof en bepaalde zorgverloven, blijven wel volledig gelijkgesteld en worden nog steeds berekend op basis van het normaal fictief loon.

Met deze aanpassing legt de regering meer nadruk op effectief gewerkte periodes. Vooral werknemers die gedurende langere tijd gebruikmaakten van werkloosheidsregelingen of eindeloopbaanstelsels kunnen hierdoor een lagere pensioenopbouw ervaren.

Aanvullende maatregel: centenindex en indexering van hogere pensioenen

Ook de zogenoemde centenindex maakt deel uit van de Belgische pensioenhervorming. Sinds juli 2025 worden hogere wettelijke pensioenen niet langer volledig geïndexeerd bij een overschrijding van de spilindex. Voor het deel van het pensioen boven een bepaalde grens wordt de indexering beperkt. Daarmee wil de federale regering de stijgende pensioenuitgaven afremmen.

Voor gepensioneerden met een lager of gemiddeld pensioen verandert er doorgaans weinig. De maatregel treft vooral personen met een hoger wettelijk pensioen. Door de beperkte indexering kan de koopkracht van deze groep op termijn minder sterk stijgen dan onder het oude systeem.

Deze wijziging geldt voor pensioenen die al worden uitbetaald en staat los van de nieuwe regels rond vervroegd pensioen, de pensioenmalus en de pensioenbonus. Daarmee vormt de centenindex een van de weinige onderdelen van de Belgische pensioenhervorming die ook gevolgen heeft voor huidige gepensioneerden.

Wat verandert er voor zelfstandigen?

Ook zelfstandigen krijgen te maken met een aantal belangrijke wijzigingen. Zij kunnen gebruikmaken van de nieuwe mogelijkheid om vanaf 60 jaar met pensioen te gaan bij een voldoende lange loopbaan. Daarnaast geldt ook voor hen de nieuwe pensioenmalus wanneer zij vervroegd met pensioen gaan zonder voldoende effectieve loopbaan.

Zelfstandigen die ervoor kiezen om langer aan het werk te blijven na de wettelijke pensioenleeftijd, kunnen dan weer profiteren van de nieuwe pensioenbonus. De Belgische pensioenhervorming heeft voor zelfstandigen doorgaans minder gevolgen op het vlak van gelijkgestelde periodes, omdat hun pensioen voornamelijk gebaseerd is op de sociale bijdragen die zij tijdens hun beroepsleven hebben betaald.

Gevolgen voor grensarbeiders

Voor grensarbeiders veranderen de Europese regels rond de opbouw van pensioenrechten niet. Wie tijdens zijn loopbaan in meerdere lidstaten heeft gewerkt, behoudt het recht om pensioenrechten uit de verschillende landen te combineren.

De Belgische pensioenhervorming kan echter wel gevolgen hebben voor het Belgische deel van het pensioen. Zo kunnen de strengere voorwaarden voor vervroegd pensioen, de pensioenmalus en de aangepaste berekeningsregels invloed hebben op het moment waarop iemand met pensioen kan gaan en op de hoogte van het uiteindelijke pensioenbedrag.

Voor grensarbeiders met een loopbaan in zowel België als Nederland of Duitsland is het daarom raadzaam om tijdig na te gaan welke gevolgen de hervorming heeft voor hun persoonlijke situatie.

Meer informatie

Door de Belgische pensioenhervorming moeten ook de berekeningen op het pensioenportaal mypension.be worden aangepast. Daardoor zijn bepaalde simulaties en pensioenramingen tijdelijk niet beschikbaar of worden ze stapsgewijs bijgewerkt.

Wie meer wil weten over de impact op zijn persoonlijke situatie, kan terecht bij de Federale Pensioendienst of mypension.be. Heeft u vragen over uw pensioen als grensarbeider of over een grensoverschrijdende loopbaan? Neem dan contact op met een GrensInfoPunt in uw regio.

De deadline voor het indienen van de gegevens over het Nederlandse wereldinkomen nadert. Personen die in Duitsland of België wonen en Nederlandse inkomensafhankelijke toeslagen (bijvoorbeeld de zorgtoeslag) ontvangen of de buitenlandbijdrage voor de Nederlandse ziektekostenverzekering aan het CAK betalen, moeten in Nederland hun wereldinkomen opgeven. Hieronder leest u waar u daarbij op moet letten.

Waarom moet ik mijn wereldinkomen opgeven? 

Ontvangt u één van de onderstaande Nederlandse toeslagen of betaalt u de buitenlandbijdrage aan het CAK? Dan bent u verplicht uw wereldinkomen op te geven. 

Dienst Toeslagen en het CAK hebben deze gegevens nodig om de definitieve hoogte van uw toeslagen of bijdragen vast te stellen. 

Tot uw wereldinkomen behoren al uw inkomsten uit binnen- en buitenland. Hieronder vallen bijvoorbeeld loon, pensioen, huurinkomsten en inkomsten uit vermogen of kapitaal. 

Belangrijk: Geeft u uw wereldinkomen niet op tijd door, dan kunt u uw recht op toeslagen verliezen. Bedragen die u al heeft ontvangen, kunnen worden teruggevorderd. 

Moet ik het formulier ‘Opgaaf wereldinkomen’ invullen? 

Zodra u het formulier van de Belastingdienst ontvangt, moet u dit volledig invullen. De formulieren worden doorgaans ieder jaar vanaf eind april verzonden. 

Hoe geef ik mijn wereldinkomen op? 

Voor het doorgeven van uw wereldinkomen gebruikt u het officiële formulier ‘Opgaaf wereldinkomen’. Het formulier voor het jaar 2025 kunt u hier downloaden: Formulier ‘Opgaaf wereldinkomen 2025’. 

Vul uitsluitend uw eigen wereldinkomen en uw persoonlijke aftrekposten in. Heeft u een fiscale partner? Dan ontvangt deze een eigen formulier dat afzonderlijk moet worden ingevuld. 

Let op: Met het formulier ‘Opgaaf wereldinkomen’ doet u geen aangifte inkomstenbelasting. Ook geeft u hiermee geen gegevens door voor de premie volksverzekeringen of de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw). 

Wanneer en hoe stuur ik het formulier terug? 

De Belastingdienst verstuurt de formulieren ieder jaar vanaf eind april. Op de eerste pagina van het formulier staat de uiterste inleverdatum vermeld. Daar vindt u ook het adres waar u het ingevulde formulier naartoe moet sturen. U hoeft in eerste instantie geen bijlagen of bewijsstukken mee te sturen. 

Kan ik uitstel aanvragen? 

U kunt uitsluitend schriftelijk uitstel aanvragen. Stuur uw verzoek naar: 

Belastingdienst
Postbus 2523
6401 DA Heerlen
Nederland 

Meer informatie vindt u op de website van de Belastingdienst. 

Wat gebeurt er nadat ik het formulier heb ingediend? 

Dienst Toeslagen beoordeelt uw gegevens en stelt vervolgens een beschikking vast over uw niet in Nederland belastbare inkomen (NiNbi). In deze beschikking staan zowel uw niet in Nederland belastbare inkomen als uw in Nederland belastbare inkomen vermeld. Samen vormen deze uw wereldinkomen. 

Op basis van deze gegevens stellen Dienst Toeslagen en het CAK de definitieve hoogte van uw toeslagen of bijdrage vast. 

Heeft u hulp nodig? 

Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met de BelastingTelefoon Buitenland via telefoonnummer +31 (0)55 5 385 385. 

 

Der Artikel wurde am 7.7.2026 aufgrund von Korrekturen angepasst.

Uitspraak Hoge Raad

De Hoge Raad heeft op 19 juni 2026 een arrest gewezen over de belastingheffing op Duitse ouderdomspensioenen in Nederland. De aandacht gaat met name uit naar pensioenen met een brutojaarbedrag van minder dan 15.000 euro. Het arrest heeft vooral betrekking op gepensioneerden die in Nederland wonen en een pensioen ontvangen van de Duitse pensioenverzekering (DRV).

Voor welke groep gepensioneerden is deze uitspraak van belang?

Volgens de rechtbank mogen kleinere Duitse ouderdomspensioenen in Nederland niet zonder meer volledig worden belast. Het is veeleer van belang in hoeverre de premies tijdens de werkzame periode fiscaal aftrekbaar waren. Voor ontvangers van een Duitse wettelijke pensioenuitkering kan het daarom relevant zijn om na te gaan welk deel van de eerder betaalde premies fiscaal aftrekbaar was, aangezien dit van invloed kan zijn op de belastingheffing op de pensioenuitkeringen in Nederland.

Belangrijk

Hoe de uitspraak in de praktijk concreet zal worden uitgevoerd, is op dit moment nog niet duidelijk. De Nederlandse Belastingdienst onderzoekt momenteel de uitspraak en de gevolgen daarvan. Op dit moment zijn er nog geen bindende uitvoeringsrichtlijnen of concrete procedurevoorschriften beschikbaar.

Ook de GrensInfoPunten beschikken momenteel nog niet over aanvullende informatie over de praktische uitvoering door de autoriteiten en kunnen daarom nog geen advies geven over de toepassing van de uitspraak. Zodra er betrouwbare en onderbouwde informatie beschikbaar is, zullen de GrensInfoPunten daarover informeren.

Dit artikel is naar aanleiding van correcties op 3 juli 2026 bijgewerkt.