Uitspraak: eisers hoeven noodhulp NRW niet terug te betalen

De beslissingen waarmee de in NRW betaalde corona-noodhulp gedeeltelijk van de begunstigden is teruggevorderd, zijn onwettig. Dat heeft het persbureau van het Verwaltungsgericht Düsseldorf bekendgemaakt. De eisers in de drie zaken, die half augustus werden behandeld, hoeven de noodhulp niet terug te betalen. De deelstaat Noordrijn-Westfalen kan nog tegen de vonnissen in beroep gaan.

Ter motivering van zijn beslissing stelt de rechtbank dat de voorwaarden voor de subsidies onduidelijk waren geformuleerd: Bij de aanvraag gingen de ondernemers ervan uit dat pandemiegerelateerde verkoopverliezen doorslaggevend waren om het geld te ontvangen en te mogen houden. Dit bleek onder meer uit de informatie op de aanvraagformulieren. Bij de afgifte van de definitieve beschikkingen en de berekening van de terugvordering is de staat uitgegaan van het verschil tussen inkomsten en uitgaven.

Wat betekent de uitspraak voor andere ondernemers?

De ondernemingen die de terugvorderingen hebben betaald zonder in beroep te gaan, zullen waarschijnlijk niet van de uitspraak profiteren, aangezien de termijnen om in beroep te gaan reeds zijn verstreken.

In het hele land zijn binnen de termijn veel rechtszaken aangespannen – alleen al bij het Verwaltungsgericht Düsseldorf zijn nog zo’n 500 rechtszaken aanhangig. Binnenkort zal worden beslist of alle rechtszaken afzonderlijk zullen worden behandeld of hoe ze anders zullen worden afgehandeld.

Achtergrond

Bij het begin van de pandemie in het voorjaar van 2020 waren er veel beperkingen voor het openbare leven, met als gevolg dat veel bedrijven weinig of geen omzet hadden. Op verzoek verleende de deelstaat NRW financiële steun op korte termijn – de zogenaamde noodhulp. Eind maart en begin april 2020 ontvingen de drie ondernemingen waarvan de rechtszaken nu in behandeling zijn, elk noodhulp ten bedrage van 9.000 euro. De Bezirksregierung eiste vervolgens echter ongeveer 7.000 euro terug.