Zwangerschap, bevalling, verlof en uitkeringen
Voor de geboorte van uw kind moet u tijdig alle mogelijke verlofregelingen en hun bijbehorende uitkeringen in orde brengen.
Werknemers
In Nederland heeft u mogelijk recht op zwangerschaps- en bevallingsverlof: dit vraagt uw werkgever voor u aan bij het UWV.
U vraagt het zwangerschapsverlof en bevallingsverlof aan bij uw werkgever. U doet dit minimaal drie weken voor de gewenste ingangsdatum van het verlof. Ook geeft u uw werkgever een verklaring van uw arts of verloskundige waarin de vermoedelijke bevallingsdatum staat.
In Nederland hebben werkneemsters een wettelijk recht op zwangerschaps- en bevallingsverlof van minimaal 16 weken.
Tijdens de verlofperiode ontvangt u een uitkering van het UWV. De zwangerschapsuitkering is gelijk aan 100% van uw dagloon (loon dat u gemiddeld per dag verdient). Maar het is niet meer dan het maximumdagloon. Als u meer verdient, kan uw inkomen tijdens het verlof dalen.
De datum waarop het zwangerschapsverlof ingaat, is afhankelijk van de datum waarop u denkt te bevallen. U kunt vanaf zes weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum verlof opnemen. U moet in ieder geval vier weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum verlof opnemen.
U hebt na de bevalling recht op minstens tien weken bevallingsverlof. Ook al wordt uw baby later geboren dan verwacht.
Baby te vroeg geboren
Stel: u bent zes weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum gestopt met werken. Uw baby wordt een week te vroeg geboren. U hebt dan vijf weken zwangerschapsverlof en elf weken bevallingsverlof. In totaal hebt u dus zestien weken verlof.
Baby te laat geboren
Stel: u bent zes weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum gestopt met werken. Uw baby is twee weken na deze datum geboren. U hebt dan recht op acht weken verlof voor de bevalling en tien weken erna. In totaal hebt u dus achttien weken verlof.
U bent vier weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum gestopt met werken. Uw baby wordt twee weken na deze datum geboren. U hebt dan recht op zes weken verlof voor uw bevalling en twaalf weken erna. In totaal hebt u achttien weken verlof.
Meerling
U hebt recht op minstens 20 weken zwangerschapsverlof en bevallingsverlof. Hoe lang de verlofperiode feitelijk duurt, is afhankelijk van de datum waarop uw baby’s daadwerkelijk worden geboren. Het zwangerschapsverlof gaat 10 weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum in, u moet uiterlijk 8 weken voor die datum met verlof
Gaat u 10 weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum met verlof? Wat u minder aan 10 weken zwangerschapsverlof opneemt, telt u op bij de 10 weken bevallingsverlof. Het bevallingsverlof begint de dag na de bevalling.
Verlof deels opnemen
U kunt de laatste periode van uw bevallingsverlof in delen opnemen. Het gaat om het verlof dat overblijft na 6 weken na de datum van uw bevalling. Dit deel van het verlof kunt u gespreid opnemen over een periode van maximaal 30 weken. U doet dit in overleg met uw werkgever.
De totale duur van het verlof verandert hierdoor niet. Ook uw uitkering en de manier van uitbetaling blijft hetzelfde. Het UWV betaalt de uitkering uit alsof u het verlof in een aaneengesloten periode opneemt.
Wilt u de laatste periode van uw verlof in delen opnemen? Dan vraagt u dit uiterlijk 3 weken na het begin van uw bevallingsverlof aan bij uw werkgever. Uw werkgever stemt binnen 2 weken met uw verzoek in. Hij mag dit alleen weigeren als het bedrijf ernstig in de problemen komt.
Zelfstandigen
Vrouwelijke zelfstandigen hebben eveneens een wettelijk recht op een zwangerschaps- en bevallingsuitkering van minimaal zestien weken. De uitkering is de zogeheten Zelfstandig en Zwanger-regeling (ZEZ-regeling). De hoogte van deze uitkering wordt mede bepaald door het aantal gewerkte uren in het kalenderjaar voorafgaand aan de uitkering en bedraagt maximaal het wettelijk minimumloon (€ 14,99 per uur sinds 1 juli 2026). Voor alle informatie verwijzen wij u naar de website van het UWV.
Geboorteverlof voor partners
U heeft als partner recht op één werkweek geboorteverlof als uw vrouw of partner is bevallen. Het maakt niet uit of u fulltime of parttime werkt. Geboorteverlof wordt ook wel kraamverlof, partnerverlof of vaderschapsverlof genoemd.
Werkweek verlof voor partner
Sinds 1 januari 2019 krijgen partners één werkweek geboorteverlof. Werkt u als vader of meemoeder bijvoorbeeld 5 dagen 6 uur per dag? Dan krijgt u 30 uur geboorteverlof: 5 x 6 werkuren. De werkgever betaalt dit verlof.
Het geboorteverlof is van toepassing op de arbeidsduur zoals afgesproken in de arbeidsovereenkomst. Stel dat men ouderschapsverlof opneemt, dan worden deze uren niet in mindering gebracht op het geboorteverlof.
Bijvoorbeeld: U bent in loondienst en u heeft een contract van 40 uur per week. Iedere week neemt u 12 uur ouderschapsverlof op. U werkt daarom maar 28 uur per week. Toch heeft u bij een nieuwe geboorte recht op 40 uur geboorteverlof.
Aanvullend geboorteverlof vanaf 1 juli 2020
Sinds 1 juli 2020 kunnen vaders en meemoeders tot 5 weken aanvullend geboorteverlof opnemen. Zij krijgen dan een uitkering ter hoogte van 70% van hun maximumdagloon. Het UWV betaalt de uitkering voor het aanvullend geboorteverlof aan de werkgever, die het daarna betaalt aan de werknemer.
De werknemer moet deze verlofweken opnemen binnen 6 maanden na de geboorte van het kind. Als voorwaarde geldt dat een werknemer eerst het geboorteverlof van éénmaal het aantal werkuren per week opneemt.
Ook moet een werknemer het verlof in hele weken aanvragen. In overleg met de werkgever kan de werknemer het aanvullend verlof over een langere periode dan 5 weken spreiden. Het is ook mogelijk om minder dan 5 weken aanvullend geboorteverlof op te nemen.
U vindt meer informatie over het (aanvullend) geboorteverlof op de website van de Rijksoverheid.
Met spoed vrij voor bevalling partner
Moet u met spoed vrij nemen omdat uw partner bevalt, dan kunt u calamiteitenverlof of kort verzuimverlof opnemen. Uw salaris loopt door tijdens dit verlof.
Ouderschapsverlof
In Nederland hebben ouders recht op 26 weken ouderschapsverlof per kind. Dit verlof kan deels betaald en deels onbetaald zijn.
Sinds 2 augustus 2022 bestaat er recht op deels betaald ouderschapsverlof. Tijdens de eerste 9 weken ontvangen ouders een uitkering van het UWV ter hoogte van 70% van het dagloon (tot maximaal 70% van het wettelijk maximumdagloon). Voorwaarde is dat deze 9 weken worden opgenomen in het eerste levensjaar van het kind. Ouders kunnen het verlof flexibel opnemen, bijvoorbeeld verspreid over meerdere weken of in uren per week.
De overige 17 weken ouderschapsverlof zijn onbetaald. Deze kunnen worden opgenomen totdat het kind 8 jaar oud is. Niet-opgenomen betaald verlof uit het eerste jaar kan worden toegevoegd aan deze onbetaalde weken, maar wordt dan niet meer uitbetaald.
Ouderschapsverlof is een vorm van tijdelijk minder werken. De arbeidsovereenkomst blijft tijdens het verlof gewoon doorlopen.
U kunt voor ieder kind één keer ouderschapsverlof opnemen. Het totale verlof bedraagt 26 keer uw wekelijkse arbeidsduur. Werkt u bijvoorbeeld 24 uur per week, dan heeft u recht op 624 uur verlof (26 × 24 uur). U kunt het verlof volledig opnemen (bijvoorbeeld enkele maanden volledig stoppen) of spreiden over een langere periode
Wilt u het verlof anders indelen (bijvoorbeeld minder uren per week over een langere periode), dan moet uw werkgever hiermee instemmen. De dagen en uren waarop u blijft werken, worden in overleg met uw werkgever vastgelegd.
In sommige cao’s kunnen afwijkende of gunstigere regelingen zijn opgenomen.
Meer informatie over het betaald ouderschapsverlof vindt u op de websites van de Rijksoverheid en het UWV.
Aangifte geboorte
U moet vanzelfsprekend ook aangifte doen van de geboorte van uw kind. De aangifte- en inschrijvingsprocedure verschilt naargelang het geboorteland en de nationaliteit van uw kind.
Heeft uw kind de Belgische nationaliteit en is het in Nederland geboren, dan kunt u aangifte doen bij de gemeente of de Belgische ambassade of consulaat.
Heeft uw kind niet de Belgische nationaliteit, en is het kind in Nederland geboren, dan geldt een aparte procedure om het kind in België in te schrijven. De website Vreemdelingenrecht.be van de Vlaamse Overheid biedt onder “Specifieke situatie: Unieburger geboren in Nederland maar wonend in België” meer informatie over de te volgen procedure.
Kinderbijslag en geboortepremie
Wanneer u in België woont en in Nederland werkt, kunt u aanspraak maken op kinderbijslag uit Nederland en/of België. Welk land de kinderbijslag als eerste betaalt, hangt af van de werksituatie van beide ouders. Werkt de andere ouder in Nederland, dan betaalt Nederland in principe als eerste de kinderbijslag. Werkt de andere ouder niet of in België, dan betaalt België in principe als eerste (groeipakket). Is de kinderbijslag in het andere land hoger, dan ontvangt u een aanvulling uit dat andere land, totdat het totale bedrag gelijk is aan het hoogste bedrag. De bedragen en eventuele aanvullingen worden per kind berekend.
Kinderbijslag in Nederland
In Nederland ontvangt u per kwartaal kinderbijslag via de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De bedragen (per 1 juli 2026) zijn:
- 0 t/m 5 jaar: € 298,40 per kwartaal
- 6 t/m 11 jaar: € 362,35 per kwartaal
- 12 t/m 17 jaar: € 426,29 per kwartaal
Vanaf de leeftijd van 18 jaar stopt de kinderbijslag in Nederland automatisch.
Kindgebonden budget in Nederland
Naast de kinderbijslag kunt u in Nederland mogelijk ook recht hebben op het kindgebonden budget. Dit is een inkomensafhankelijke toeslag van de Dienst Toeslagen.
Het kindgebonden budget komt boven op de kinderbijslag. Het is afhankelijk van de hoogte van het gezinsinkomen. Het wordt meestal automatisch toegekend als het gezin er recht op heeft, op basis van de inkomensgegevens.
De hoogte van het bedrag verschilt per situatie. Gezinnen met lagere inkomens ontvangen doorgaans een hoger bedrag. Het kindgebonden budget loopt, net als de kinderbijslag, in principe tot de leeftijd van 18 jaar.
Kinderbijslag in België
De kinderbijslag in België is regionaal geregeld. U heeft recht op de regeling van de regio waar u woont. In principe stopt het recht op kinderbijslag wanneer het kind 18 jaar wordt, maar dit kan doorlopen tot en met 24 jaar als het kind studeert.
Vlaanderen (FONS):
- Maandelijks basisbedrag: € 184,62 per kind (tot en met 24 jaar)
- Startbedrag (kraamgeld): € 1.269,25 per kind
Wallonië (FAMIWAL)
- Maandelijks basisbedrag: € 196,57 (tot 18 jaar); € 209,25 (18 tot en met 24 jaar)
- Startbedrag: € 1.395,02 per kind
Brussel (FAMIRIS)
- Maandelijks basisbedrag: € 186,51 (tot 12 jaar); € 198,94 (12 tot 18 jaar); € 198,94 (19 tot en met 24 jaar zonder hoger onderwijs) of € 211,38 (18 tot 24 jaar met hoger onderwijs)
- Startbedrag: € 1.395,02 (eerste kind), € 634,10 (volgend kind)
- Maandelijks basisbedrag: € 188,89 per kind (tot en met 24 jaar)
- Startbedrag: € 1.376,16 per kind
Aanvullende toeslagen
Naast de basisbedragen bestaan er in België nog sociale toeslagen en participatietoeslagen. Deze verhogen het maandbedrag, afhankelijk van uw persoonlijke situatie.
Naast publieke uitbetalers bestaan er ook private uitbetalers. De bedragen zijn gelijk; alleen de dienstverlening kan verschillen.
Kinderopvangregelingen
Als u in België woont en in Nederland werkt, kunt u te maken krijgen met verschillende regelingen voor kinderopvang. Afhankelijk van uw situatie kunt u recht hebben op ondersteuning vanuit Nederland, België, of beide landen.
Het is daarbij belangrijk om te weten welke voorwaarden gelden en welk land bevoegd is, zodat u geen voordelen misloopt en goed voorbereid bent op uw financiële situatie.
Nederlandse Kinderopvangtoeslag
Als u in Nederland werkt en uw kinderen naar de kinderopvang gaan, dan kunt u mogelijk een maandelijkse tegemoetkoming in de kinderopvangkosten krijgen. Deze Nederlandse kinderopvangtoeslag krijgt u als u aan de volgende voorwaarden voldoet:
- u en uw partner werken allebei,
- uw kind gaat naar een geregistreerde kinderopvanginstelling,
- u betaalt de kosten hiervan zelf, en
- uw kind staat op uw woonadres in België ingeschreven
Om kinderopvangtoeslag te kunnen krijgen als uw kind naar een Belgische kinderopvanginstelling gaat, moet de Belgische kinderopvanginstelling geregistreerd zijn. De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) houdt een register bij van geregistreerde buitenlandse kinderopvanginstellingen. U kunt het register raadplegen op de website van DUO. Daar vindt u ook de procedure om een buitenlandse kinderopvanginstelling te laten registreren.
U kunt kinderopvangtoeslag ontvangen zolang u aan deze voorwaarden blijft voldoen.
De hoogte van de kinderopvangtoeslag hangt onder andere af van:
- uw (gezamenlijke) inkomen
- het aantal uren dat u werkt
- het aantal kinderen dat naar de opvang gaat
- het aantal uren kinderopvang
- de prijs per uur van de opvang
Kinderen kunnen gebruikmaken van kinderopvang tot de eerste dag van de maand waarin zij naar het voortgezet onderwijs gaan. Vanaf dat moment heeft u geen recht meer op kinderopvangtoeslag.
U vraagt de kinderopvangtoeslag aan bij de Dienst Toeslagen. Via de website van de Dienst Toeslagen kunt u ook een proefberekening maken om te zien hoeveel kinderopvangtoeslag u kunt ontvangen.
Bent u co‑ouder, dan gelden er aanvullende of afwijkende regels. Voor meer informatie hierover kunt u terecht op de website van de Dienst Toeslagen onder het onderwerp “Ik word co‑ouder”.
Kinderopvangregelingen in België
Naast de Nederlandse kinderopvangtoeslag bestaan er in België ook regelingen rond kinderopvang, maar deze werken anders.
In Vlaanderen bestaat er een kinderopvangtoeslag, maar deze wordt alleen toegekend voor opvangdagen in een Vlaamse kinderopvangvoorziening (met een vaste dagprijs). Voor kinderopvang in Nederland heeft u dus geen recht op deze Vlaamse kinderopvangtoeslag.
Wel bestaat er in België een belastingvermindering voor kinderopvangkosten. Deze kan ook van toepassing zijn wanneer uw kind gebruikmaakt van een Nederlandse kinderopvang.
Als u aan deze voorwaarde voldoet, kunt u (een deel van) de kinderopvangkosten fiscaal in mindering brengen in uw Belgische belastingaangifte. Meer informatie over de belastingvermindering voor kinderopvangkosten vindt u op de website van de FOD Financiën.
Wat als uw kind 18 jaar wordt?
Wanneer uw kind 18 jaar wordt, stopt in Nederland de kinderbijslag en het kindgebonden budget automatisch.
Woont uw gezin in België, dan kunt u in bepaalde situaties nog recht hebben op Belgische kinderbijslag zolang uw kind studeert. Dit kan doorgaans doorlopen tot en met 24 jaar, afhankelijk van de regio en de geldende voorwaarden.
Studiefinanciering (Nederland)
Daarnaast kan uw kind mogelijk recht hebben op Nederlandse studiefinanciering (via DUO), ook als uw kind in België woont.
Of uw kind recht heeft op studiefinanciering, hangt onder andere af van:
- de nationaliteit (bijvoorbeeld de Nederlandse nationaliteit of EU‑burger)
- de opleiding (bijvoorbeeld universitaire opleiding in Nederland of België)
- de situatie van de ouders (bijvoorbeeld werken in Nederland)
De studiefinanciering kan bestaan uit:
- een basisbeurs
- een aanvullende beurs (afhankelijk van het inkomen van de ouders)
- een lening
- een collegegeldkrediet (bij hogeschool of universiteit)
- een studentenreisproduct (bij een opleiding in Nederland)
Volgt uw kind een opleiding in België, dan geldt als aanvullende voorwaarde dat de Belgische opleiding door DUO als gelijkwaardig wordt erkend.
De hoogte van de basis- en aanvullende beurs verschilt voor inwonende en uitwonende studenten. Uitwonende studenten krijgen een hogere beurs. De basis- en aanvullende beurs worden, onder voorwaarden, een gift. Hetzelfde geldt voor het studentenreisproduct. De lening en het collegegeldkrediet zijn leningen die terugbetaald moeten worden.
Voor meer informatie en om te controleren of uw kind recht heeft op studiefinanciering, kunt u terecht bij DUO.
Meer info
Voor een persoonlijk gesprek kunt u één van onze GrensInfoPunten raadplegen.