Wanneer u in Nederland woont en werkt in België, dan bouwt u gedurende uw loopbaan pensioenrechten op in België. Tegelijkertijd kunt u ook nog rechten hebben opgebouwd in Nederland, bijvoorbeeld AOW of een aanvullend bedrijfspensioen.
Dit betekent dat u later mogelijk pensioen uit meerdere landen ontvangt. De regels hierover zijn vastgelegd op Europees en bilateraal niveau, maar kunnen in de praktijk complex zijn.
Daarom is het belangrijk om te weten hoe uw pensioen in België wordt opgebouwd, wat er gebeurt met uw Nederlandse pensioenrechten, hoe uw uw pensioenen moet aanvragen, in welk land u na pensionering verzekerd bent, en waar uw pensioen belast worden.
Pensioenopbouw
Belgisch rustpensioen
Wanneer u in België werkt, bouwt u een Belgisch ouderdomspensioen op. Dit wordt in België een rustpensioen genoemd. Meer informatie over het rustpensioen vindt u op de website van de Federale Pensioendienst (FPD).
Voor elke periode dat u in België hebt gewerkt, bouwt u een gedeelte van dit rustpensioen op. De hoogte van uw rustpensioen is afhankelijk van:
- de periode dat u in België heeft gewerkt (loopbaan)
- de hoogte van uw loon
Een volledig rustpensioen wordt in België opgebouwd na 45 loopbaanjaren. Heeft u in België gewerkt en dus pensioenrechten opgebouwd, dan ontvangt u vanaf de Belgische pensioenleeftijd uw Belgische rustpensioen.
Sinds 2026 bedraagt de Belgische pensioenleeftijd 66 jaar. In 2030 wordt de Belgische pensioenleeftijd verhoogd naar 67 jaar. Naast de wettelijke pensioenleeftijd is het ook mogelijk om vervroegd met pensioen te gaan. Dit kan in ieder geval na een loopbaan van 45 jaar, of eerder wanneer u ook aan bepaalde leeftijdsvoorwaarden voldoet.
Aanvullend pensioen (groepsverzekering)
Naast het Belgisch rustpensioen kunt u via uw Belgische werkgever mogelijk een aanvullend pensioen opbouwen. Dit gebeurt meestal in de vorm van een groepsverzekering.
Een groepsverzekering is een verzekering die door de werkgever wordt afgesloten en op een fiscaal voordelige manier wordt opgebouwd. De groepsverzekering is een aanvulling op het wettelijk rustpensioen.
Het aanvullend pensioen wordt in principe uitbetaald op de wettelijke pensioenleeftijd, maar kan onder bepaalde voorwaarden ook eerder worden opgenomen.
Indien voorzien door het paritair comité of de sector, heeft u vaak het recht op zich na één jaar anciënniteit bij deze regeling aan te sluiten.
Bedrag en opbouw van het aanvullend pensioen
De Belgische wet bepaalt dat uw totale pensioenbedrag (rustpensioen + aanvullend pensioen) maximaal 80% van uw laatste normale inkomen mag bedragen.
De premies voor het aanvullend pensioen kunnen volledig door de werkgever worden betaald, of gedeeltelijk door de werkgever en werknemer. De hoogte van de premies varieert naargelang het paritair comité of de sector. Soms gaat het om een nominaal bedrag, terwijl het soms ook een percentage van het loon bedraagt.
Rechten bij verandering van baan
Het opgebouwde kapitaal blijft uw eigendom. Dit is zelfs het geval wanneer u van werkgever verandert of (opnieuw) in Nederland gaat werken. De uitbetaling gebeurt pas wanneer u de Belgische pensioenleeftijd hebt bereikt.
Bij een nieuwe werkgever in België kan het kapitaal vaak worden overgedragen naar een nieuwe groepsverzekering.
U ontvangt jaarlijks een overzicht van uw pensioenopbouw, zo lang als u aangesloten bent bij de verzekering.
Pensioen in België en Nederland
Wanneer u dus in België werkt, bouwt u in België pensioen op. In principe bouwt u dan geen Nederlandse AOW meer op, tenzij u zich vrijwillig verzekert via de Sociale Verzekeringsbank (SVB). U verliest echter geen pensioenrechten die u al in Nederland heeft opgebouwd.
Heeft u zowel in Nederland als in België gewerkt, dan ontvangt u later:
- een Belgisch pensioen, bestaande uit:
- Belgisch rustpensioen
- en eventueel een aanvullend pensioen via een Belgische werkgever
- een Nederlands pensioen, bestaande uit:
- AOW
- en eventueel een aanvullend pensioen via een Nederlandse werkgever
Let op: gaat u voor uw AOW-leeftijd met pensioen in België, dan bouwt u in principe nog (gedeeltelijk) AOW op in Nederland. In bepaalde situaties kunt u in Nederland een vrijstelling van de premies volksverzekeringen aanvragen. Meer informatie over de vrijstelling vindt u op de website van de SVB.
Pensioenaanvraag
Uw wettelijke pensioen moet u zelf aanvragen. Dit gebeurt via het land waar u woont op het moment dat uw pensioen ingaat.
- Woont u in Nederland → u dient uw aanvraag in bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB).
De SVB zorgt ervoor dat uw aanvraag wordt doorgestuurd naar België. - Woont u in België → u vraagt uw pensioen aan via de Belgische pensioeninstantie
Uw aanvullend pensioen of groepsverzekering vraagt u rechtstreeks aan bij de betreffende pensioeninstelling of verzekeraar.
Het is aan te raden om uw pensioen ongeveer 6 maanden vóór de ingangsdatum aan te vragen.
Inzage in uw pensioen
U kunt uw opgebouwde pensioenrechten bekijken via:
- Nederland: via MijnSVB of Mijnpensioenoverzicht.nl
- België: via mypension.be
Partner- en nabestaandenpensioen
Uw partner is bij wonen in Nederland in beginsel verplicht verzekerd voor AOW-pensioen. De partner bouwt dan gewoon verder Nederlandse AOW op ook gedurende de periode dat u in België werkt, tenzij uw partner ook zelf buiten Nederland werkzaamheden gaat verrichten.
Indien u overlijdt kan uw partner met wie u gehuwd bent vanuit België een nabestaandenuitkering krijgen. In België heet dit overlevingspensioen.
Uw kinderen kunnen eventueel ook recht hebben op een Belgische nabestaanden uitkering.
Als u ook in Nederland sociaal verzekerd bent geweest kan uw partner ook recht hebben op een gedeeltelijke Nederlandse nabestaandenuitkering (Anw). Eventueel ook op een nabestaandenpensioen uit een bedrijfspensioen in Nederland.
Indien u naast uw rustpensioen ook pensioen opbouwt via een groepsverzekering, kan uw partner, bij overlijden eventueel recht hebben op een partnerpensioen vanuit die groepsverzekering. Dit geldt eveneens als u pensioenrechten heeft opgebouwd bij een Nederlands bedrijfspensioen. Ook hier geldt dat uw kinderen mogelijk recht hebben op een nabestaandenpensioen voor kinderen.
Zorgverzekering en premies
In welk land u een zorgverzekering moet afsluiten hangt af van uw situatie.
- Ontvangt u enkel Belgisch pensioen?
Dan bent u verzekerd ten laste van België en blijft u aangesloten bij een Belgische mutualiteit of de HZIV. Via het S1‑formulier kunt u zich ook inschrijven bij CZ voor de Verdragspolis. Meer informatie vindt u in het thema Zorgverzekering.
- Ontvangt u pensioen uit Nederland én België?
Dan bent u verzekerd in uw woonland, dus Nederland. U moet dan een Nederlandse zorgverzekering afsluiten.
In België verzekerd
Als u uitsluitend een Belgisch pensioen ontvangt, blijft u ten laste van België verzekerd. U moet aangesloten blijven bij een mutualiteit of de HZIV.
Op uw pensioen houdt de Federale Pensioendienst (FPD) een bijdrage in voor de ziekte- en invaliditeitsverzekering (ZIV). Deze bijdrage bedraagt 3,55%. Daarnaast houdt de FPD een solidariteitsbijdrage (SOL) in. Deze is afhankelijk van de hoogte van uw pensioen en bedraagt maximaal 2%.
In Nederland betaalt u in dit geval in principe geen premies voor de volksverzekeringen of de zorgverzekering, tenzij u zich vrijwillig aanvullend verzekert.
Let op: het is belangrijk dat u in deze situatie ontheffing aanvraagt van de premieplicht voor de Nederlandse volksverzekeringen bij de SVB.
In Nederland verzekerd
Ontvangt u zowel een Belgisch als een Nederlands pensioen, dan bent u verzekerd in uw woonland, dus Nederland.
U moet in dat geval een Nederlandse zorgverzekering afsluiten. Naast de premie voor de zorgverzekering betaalt u ook premies voor de volksverzekeringen, berekend over uw totale inkomen (inclusief uw Belgische pensioen).
Het gaat hierbij om de volgende premies:
- WLZ (Wet langdurige zorg): 9,65%
- ANW (Algemene nabestaandenwet): 0,10%
- Zvw (bijdrage Zorgverzekeringswet): 4,85%
Op deze premies zijn de heffingskortingen van toepassing, waardoor u netto doorgaans minder betaalt.
Belastingen
Wanneer u in Nederland woont en pensioen ontvangt uit België (en eventueel ook uit Nederland), dan geldt in principe het woonlandbeginsel. Dit betekent dat uw pensioenen belast worden in het land waar u woont, Nederland dus.
Dit geldt zowel voor:
- het Belgische rustpensioen
- de Nederlandse AOW
- aanvullende pensioenen (zoals de Belgische groepsverzekering of het Nederlandse bedrijfspensioen)
Er geldt echter één belangrijke uitzondering. Ambtenarenpensioenen worden in principe in het bronland belast, België dus. Er geldt echter nog een extra uitzondering: als u de Nederlandse nationaliteit hebt, betaalt u alsnog in Nederland belastingen over uw Belgisch ambtenarenpensioen.
Aangifte
Dit betekent in de praktijk dat u in Nederland belasting betaalt over uw pensioenen, en mogelijk daarnaast in België belasting betaalt over uw ambtenarenpensioen.
Het is daarom belangrijk om na te gaan in welk land uw pensioen belast wordt. Controleer dan ook of u enkel in Nederland of ook in België aangifte moet doen.
Meer info
Voor een persoonlijk gesprek kunt u terecht bij een GrensInfoPunt in uw buurt.