Kind en Familie

Als u in België werkt en ouder wordt of een kind krijgt, kunt u aanspraak maken op verschillende verlofregelingen en premies. Denk daarbij aan moederschapsverlof, geboorteverlof, ouderschapsverlof, tijdskrediet, een geboortepremie en kinderbijslag.

Dit alles hangt echter niet alleen van uzelf af, maar ook van de situatie van de andere ouder. Het is daarom belangrijk om goed op de hoogte te zijn van uw rechten, zeker in een grensoverschrijdende situatie waarbij u in Nederland woont en in België werkt.

Moederschaps- en geboorteverlof

Bent u zwanger of net ouder geworden? In dit geval heeft u recht op moederschapsverlof als u zwanger of bevallen bent, of op geboorteverlof als u vader of meemoeder bent. 

Moederschapsverlof

Het Belgische moederschapsverlof vraagt u aan bij uw Belgische werkgever. Voor de uitbetaling is echter uw Belgische ziekenfonds (mutualiteit) verantwoordelijk.

Het moederschapsverlof bestaat uit twee verschillende delen:

  • Zwangerschapsverlof: duurt minimaal 1 week en maximaal 6 weken vóór de vermoedelijke bevallingsdatum
  • Bevallingsverlof: begint op de dag van de bevalling en duurt minimaal 9 weken

Gecombineerd duurt het moederschapsverlof dus 15 weken. Bij een twee‑ of meerling kan het totale verlof oplopen tot 19 weken.

De hoogte van de moederschapsuitkering bedraagt:

  • de eerste 30 dagen 82% van het onbegrensde brutoloon
  • vanaf de 31e dag maximaal 75% van het begrensde brutoloon per dag

De uitkering wordt betaald door uw ziekenfonds.

Profylactisch en borstvoedingsverlof

Zwangere vrouwen die werk verrichten dat gevaarlijk is voor hun eigen gezondheid of die van de baby hebben recht op profylactisch (preventief) verlof. Hiervoor moet een arts bevestigen dat het werk risico’s oplevert. De arbeidsovereenkomst wordt dan geschorst.

Tijdens de zwangerschap betaalt het ziekenfonds een uitkering van 78,237% van het begrensde brutoloon per dag.

Vrouwen die na het moederschapsverlof borstvoeding geven, kunnen eveneens recht hebben op profylactisch borstvoedingsverlof. In dat geval betaalt het ziekenfonds een uitkering van 60% van het begrensde brutoloon per dag. Dit verlof kan maximaal 5 maanden na de bevalling duren.

Daarnaast kunnen vrouwen die borstvoeding geven ook borstvoedingspauzes opnemen om borstvoeding te geven of melk af te kolven. Deze pauzes kunnen worden opgenomen tot 9 maanden na de geboorte van het kind en bedragen bij een voltijdse werkdag maximaal 1 uur per dag. De vergoeding hiervoor bedraagt 82% van het brutoloon, uitbetaald via het ziekenfonds.

Geboorteverlof

Het geboorteverlof, waar zowel vaders als meemoeders recht op hebben, moet bij de Belgische werkgever worden aangevraagd. Het geboorteverlof bedraagt 4 weken.

  • De eerste 3 dagen wordt het loon doorbetaald door de werkgever.
  • Vanaf dag 4 betaalt het ziekenfonds een uitkering van 82% van het begrensde brutoloon.

Het geboorteverlof moet worden opgenomen binnen 4 maanden na de geboorte.

Het begrensde brutoloon bedraagt maximaal € 183,13 per dag.

Meer informatie over het moederschaps-, profylactisch, borstvoedings- en geboorteverlof vindt u op de website van het RIZIV/INAMI.

Ouderschapsverlof en tijdskrediet

Naast het moederschaps- en geboorteverlof kent België nog twee belangrijke verlofregelingen binnen het systeem van loopbaanonderbreking: 

  • ouderschapsverlof
  • tijdskrediet

Ouderschapsverlof

Het ouderschapsverlof is een vorm van loopbaanonderbreking waarbij werknemers tijdelijk (voltijds of deeltijds) stoppen met werken om voor hun kind te zorgen. Wanneer u in België werkt, kunt u hier aanspraak op maken.

Tijdens het ouderschapsverlof heeft u recht op een uitkering van de RVA/ONEM.

Voorwaarden:

  • Het verlof moet starten voordat uw kind 12 jaar wordt
  • U moet in de afgelopen 15 maanden minstens 12 maanden bij uw werkgever gewerkt hebben

U kunt het ouderschapsverlof op verschillende manieren opnemen:

  • Voltijds: 4 maanden (opsplitsbaar per maand)
  • Halftijds: 8 maanden (opsplitsbaar per 2 maanden)
  • 1/5: 20 maanden (opsplitsbaar per 5 maanden)
  • 1/10: 40 maanden (opsplitsbaar per 10 maanden)

De uitkering van de RVA is een forfaitair bedrag dat onafhankelijk is van de hoogte van het loon:

  • Voltijds: € 1.038,11 (€ 1.768,56 voor alleenstaande ouders)
  • Halftijds: € 519,04 (€ 884,28 voor alleenstaande ouders)
  • 1/5: € 176,08 (€ 353,70 voor alleenstaande ouders)
  • 1/10: € 88,04 (€ 176,85 voor alleenstaande ouders)

Het ouderschapsverlof moet in twee stappen aangevraagd worden:

  1. Aanvraag verlof bij de werkgever: u moet het ouderschapsverlof minstens 2 maanden voor de start schriftelijk aanvragen bij uw werkgever. De werkgever mag het verlof in principe niet weigeren (behalve de 1/10-variant), maar kan wel vragen om uitstel van de startdatum. 
  2. Aanvraag uitkering bij de RVA/ONEM: de uitkering moet apart aangevraagd worden bij de RVA. Dit gebeurt via een elektronische aanvraag, die zowel door uzelf als door uw werkgever moet worden ingevuld via de website van de RVA.

Pas nadat beide stappen zijn afgerond, wordt de uitkering toegekend.

In tegenstelling tot sommige buitenlandse systemen kan het Belgische ouderschapsverlof niet gedeeld worden met de andere ouder.

Tijdskrediet

Het tijdskrediet is eveneens een vorm van loopbaanonderbreking, maar kan breder worden ingezet, bijvoorbeeld voor zorg voor een kind of andere zorgmotieven.

Voorwaarden:

  • Er moet sprake zijn van een erkend zorgmotief
  • U moet doorgaans minstens 36 maanden anciënniteit hebben
  • In kleine bedrijven (<11 werknemers) kan de werkgever weigeren

Afhankelijk van het zorgmotief kan het tijdskrediet maximaal 48 of 51 maanden duren. Meer informatie over de verschillende zorgmotieven is te vinden op de website van de RVA/ONEM.

Het tijdskrediet kan op verschillende manieren opgenomen worden:

  • voltijds
  • halftijds
  • 1/5

De uitkering van de RVA is opnieuw een forfaitair bedrag dat onafhankelijk is van de hoogte van het loon:

  • Voltijds: € 634,68
  • Halftijds: € 317,33
  • 1/5: € 208,97 (€ 279,47 voor alleenstaande ouders)

Het tijdskrediet moet in drie stappen aangevraagd worden:

  1. Aanvraag attest bij de RVA/ONEM: eerst vraagt u via de website van de RVA een attest tijdkrediet aan. Hiermee wordt nagegaan of u voldoet aan de voorwaarden.
  2. Aanvraag verlof bij de werkgever: vervolgens vraagt u het tijdskrediet schriftelijk aan bij uw werkgever. Afhankelijk van de grootte van het bedrijf heeft de werkgever 3 tot 6 maanden om te reageren.
  3. Aanvraag uitkering bij de RVA/ONEM: na goedkeuring door de werkgever dient u uw aanvraag verder in via de website van de RVA. De RVA beoordeelt uw dossier en zorgt voor de uitbetaling van uw uitkering. 

Vlaamse aanmoedigingspremie

Werkt u in Vlaanderen, dan kunt u mogelijk recht hebben op een Vlaamse aanmoedigingspremie als aanvulling op de uitkering van de RVA wanneer u minder gaat werken via ouderschapsverlof of tijdskrediet.

Voorwaarden:

  • u werkt in Vlaanderen
  • u heeft minstens 12 maanden anciënniteit

De hoogte van de Vlaamse aanmoedigingspremie is afhankelijk van de hoogte van het ouderschapsverlof of tijdskrediet:

  • Voltijds: € 251,01 (€ 312,93 voor alleenstaande ouders)
  • Halftijds: € 167,34 (€ 229,26 voor alleenstaande ouders)
  • 1/5: € 83,67 (€ 145,59 voor alleenstaande ouders)
  • 1/10: € 41,84 (€ 103,76 voor alleenstaande ouders)

Meer informatie over de Vlaamse aanmoedigingspremie vindt u via deze website van de Vlaamse Overheid

Kinderbijslag en geboortepremie

Wanneer u in Nederland woont en in België werkt, kunt u aanspraak maken op kinderbijslag uit Nederland en/of België. Welk land in eerste instantie kinderbijslag betaalt, hangt af van de werksituatie van beide ouders. Werkt de andere ouder in Nederland, dan ontvangt het gezin in principe eerst de kinderbijslag uit Nederland. Werkt de andere ouder niet of in België, dan ontvangt het gezin in principe eerst de kinderbijslag uit België.

Is de kinderbijslag in het andere land hoger, dan ontvangt het gezin een aanvulling uit dat andere land, totdat het totale bedrag gelijk is aan het hoogste bedrag. De bedragen en eventuele aanvullingen worden per kind berekend en niet voor het gezin als geheel.

De kinderbijslag in België is regionaal georganiseerd. Dit betekent dat Vlaanderen, Wallonië, Brussel en de Duitstalige Gemeenschap elk hun eigen kinderbijslagregelingen hebben. U heeft recht op de regeling van de regio waar u werkt.

In principe stopt het recht op Belgische kinderbijslag wanneer het kind 18 jaar wordt. Dit recht kan worden verlengd tot 25 jaar, mits het kind onderwijs volgt. In Nederland heeft u wanneer het kind 18 jaar wordt geen recht meer op kinderbijslag. Deze wordt automatisch stopgezet.

Als u in België werkt, heeft u naast het maandelijkse basisbedrag ook recht op een geboortepremie (kraamgeld). De geboortepremie wordt niet verrekend met de Nederlandse kinderbijslag.

Vlaanderen (FONS):

  • Maandelijks basisbedrag: € 184,62 (tot en met 24 jaar oud) per kind
  • Geboortepremie: € 1.269,25 per kind

Wallonië (FAMIWALl):

  • Maandelijks basisbedrag: € 192,73 (tot 18 jaar oud) of € 205,16 (van 18 tot en met 24 jaar oud) per kind
  • Geboortepremie: € 1.367,74 per kind

Brussel (FAMIRIS):

  • Maandelijks basisbedrag: € 186,51 (tot 12 jaar), € 198,94 (van 12 tot 18 jaar), € 198,94 (van 19 tot en met 24 jaar als geen hoger onderwijs) of € 211,38 (van 18 tot en met 24 jaar als hoger onderwijs) per kind
  • Geboortepremie: € 1.367,74 voor het eerste kind, € 621,70 per volgend kind

Duitstalige Gemeenschap (Ministerium der deutschsprachigen Gemeinschaft)

  • Maandelijks basisbedrag: € 188,89 (tot en met 24 jaar oud) per kind
  • Geboortepremie: € 1.376,16 per kind

Daarnaast bestaan er nog verschillende sociale toeslagen en participatietoeslagen. Deze toeslagen verhogen het maandelijkse basisbedrag, afhankelijk van uw persoonlijke situatie. Voor meer informatie hierover kunt u terecht bij uw uitbetaler.

Naast publieke uitbetalers bestaan er ook private uitbetalers. Deze betalen dezelfde bedragen; alleen de dienstverlening kan verschillen. Voor meer informatie over de Belgische kinderbijslagregelingen, zoals het recht op aanvullende toeslagen, kunt u contact opnemen met uw uitbetaler.

Kinderopvangregelingen

Als u in Nederland woont en in België werkt, kunt u te maken krijgen met verschillende regelingen voor kinderopvang. Afhankelijk van uw situatie kunt u recht hebben op ondersteuning vanuit Nederland, België, of beide landen.

Het is daarbij belangrijk om te weten welke voorwaarden gelden en welk land bevoegd is, zodat u geen voordelen misloopt en goed voorbereid bent op uw financiële situatie.

Nederlandse Kinderopvangtoeslag

Als u in Nederland woont en uw kinderen naar de kinderopvang gaan, kunt u mogelijk een maandelijkse tegemoetkoming in de kinderopvangkosten krijgen. Deze Nederlandse kinderopvangtoeslag krijgt u als u aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • u en uw partner werken beide, en
  • uw kind naar een geregistreerde kinderopvanginstelling gaat en u de kosten hiervan zelf betaalt, en
  • uw kind op uw woonadres in Nederland staat ingeschreven

U kunt kinderopvangtoeslag ontvangen zolang u aan deze voorwaarden blijft voldoen.

De hoogte van de kinderopvangtoeslag hangt onder andere af van:

  • uw (gezamenlijke) inkomen
  • het aantal uren dat u werkt
  • het aantal kinderen dat naar de opvang gaat
  • het aantal uren kinderopvang
  • de prijs per uur van de opvang

Kinderen kunnen gebruikmaken van kinderopvang tot de eerste dag van de maand waarin zij naar het voortgezet onderwijs gaan. Vanaf dat moment heeft u geen recht meer op kinderopvangtoeslag.

U vraagt de kinderopvangtoeslag aan bij de Belastingdienst/Toeslagen.

Meer informatie vindt u op: www.toeslagen.nl. Hier kunt u ook een proefberekening maken om te zien hoeveel kinderopvangtoeslag u kunt ontvangen.

Bent u co‑ouder, dan gelden er aanvullende of afwijkende regels. Voor meer informatie hierover kunt u terecht op de website van de Belastingdienst onder het onderwerp “Ik word co‑ouder”.

Kinderopvangregelingen in België

Naast de Nederlandse kinderopvangtoeslag bestaan er in België ook regelingen rond kinderopvang, maar deze werken anders.

In Vlaanderen bestaat er een kinderopvangtoeslag, maar deze wordt alleen toegekend voor opvangdagen in een Vlaamse kinderopvangvoorziening (met een vaste dagprijs). Voor opvang in Nederland heeft u dus geen recht op deze Vlaamse kinderopvangtoeslag.

Wel bestaat er in België een belastingvermindering voor kinderopvangkosten. Deze kan ook van toepassing zijn wanneer uw kind gebruikmaakt van een Nederlandse kinderopvang.

Voor deze Belgische belastingvermindering geldt onder andere dat u moet voldoen aan de zogenaamde 75%-eis in de BNI‑aangifte. Dit betekent dat ten minste 75% van uw wereldinkomen in België wordt belast. Raadpleeg het thema Belastingen voor meer informatie.

Als u aan deze voorwaarde voldoet, kunt u (een deel van) de kinderopvangkosten fiscaal in mindering brengen in uw Belgische belastingaangifte. Meer informatie over de belastingvermindering voor kinderopvangkosten vindt u op de website van de FOD Financiën.

Meer info

Voor een persoonlijk gesprek kunt u terecht bij één van onze GrensInfoPunten.

Hier vindt u GrensInfoPunten
in de buurt